De ultieme intimiteitskiller

De zondeval

Terug naar Genesis. Je voelt hem al aankomen met deze titel: zonde, de ultieme killer van alle vormen van intimiteit. We lezen voor het eerst in Genesis 3 over de schokkende gevolgen van zonde voor de intimiteit tussen man en vrouw en tussen God en zijn beelddragers.

Lees nog maar eens na in Genesis 3. Adam en Eva die eerst zo gewend waren aan een vanzelfsprekende spontane intieme relatie met God, bijvoorbeeld als Hij bijna fysiek met hen kwam wandelen in de tuin. Maar nu schrikken ze zich lam en kruipen weg achter de struiken. Voor het eerst in hun paradijselijke leven schamen ze zich ook voor elkaar en willen ze hun naaktheid bedekken voor elkaar. Bizar voor twee getrouwde mensen en dan ook nog eens zonder andere mensen in de buurt… Wat een afschuwelijke impact heeft zonde op intimiteit. Het gaat ogenblikkelijk aan diggelen.

Dit boek gaat over het praktisch zoeken naar intimiteit met God en dus ook over het gemis aan het ervaren van die intimiteit. Nu wil ik hier absoluut niet suggereren dat dat gemis aan intimiteit met God noodzakelijkerwijs voortkomt uit concrete onbeleden zonden in je leven. We moeten wel vaststellen dat het probleem door zonde de wereld in kwam en dat onbeleden zonde ook voor ons altijd dezelfde desastreuze gevolgen zal hebben als in het geval van Adam en Eva.

Ook als we niet te maken hebben met onbeleden zonde, dan hebben we wel altijd te maken met de worsteling voortkomend uit onze gevallen natuur. De zondeval heeft diep ingegrepen in de maagdelijke schepping zoals door God gemaakt in het begin. God legde zelf een soort vloek op zijn schepping:

God, de HEER, zei tegen de slang:
‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
het vee zal je voortaan mijden,
wilde dieren wenden zich af;
op je buik zul je kruipen
en stof zul je eten,
je hele leven lang.
15 Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw nageslacht en het hare,
zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.’
16 Tegen de vrouw zei hij:
‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
zwoegen zul je als je baart.
Je zult je man begeren,
en hij zal over je heersen.’
17 Tegen de mens zei hij:
‘Je hebt geluisterd naar je vrouw,
gegeten van de boom die ik je had verboden.
Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan,
zwoegen zul je om ervan te eten,
je hele leven lang.
18 Dorens en distels zullen er groeien,
toch moet je van zijn gewassen leven.
19 Zweten zul je voor je brood,
totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen:
stof ben je, tot stof keer je terug.’

Genesis 3:14-19

In vers 14 wordt expliciet de slang vervloekt en in vers 17 ‘de akker’. De NBG vertaalt met ‘aardbodem’. Akker en aardbodem zijn beide correcte vertalingen vanuit het Hebreeuws. Als we kijken naar wat Paulus hierover schrijft dan blijkt het om meer dan akker of aardbodem te gaan. Het is een vloek over heel de schepping, heel de materiële wereld:

Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen.

Romeinen 8:20

De NBG vertaalt met ‘vruchteloosheid’ in plaats van ‘zinloosheid’. Het gaat over de vergankelijkheid waar heel de natuur aan onderworpen is. Chaos, verval, onvermijdelijke dood zijn het gevolg, generatie na generatie.

Hoewel Adam en Eva niet ogenblikkelijk stierven, ervoeren ze wel meteen die afschuwelijke verwijdering met God. Eind van dit diep trieste hoofdstuk: je ziet ze vertrekken met hangende hoofden en gebogen rug. Voorgoed weg uit het paradijs.

Wij leven nog steeds volop in deze gebroken wereld. Ook na de voltooiing van het zoenoffer van Christus… Ook wij, als gelovigen gaan nog steeds volop gebukt onder de fysieke gevolgen van deze vloek. Lees maar verder in Romeinen 8:

Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? 25 Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden.

Romeinen 8:22-25

Alle delen van ons menselijke bestaan zijn sterk aangetast door deze vloek. Ons lichaam: ziekte, gebreken, een zekere fysieke dood. Maar ook de onzichtbare delen van ons bestaan, ziel en geest, zijn sterk aangetast. Zozeer, dat het N.T. spreekt in termen van ‘dood’ als het om springlevende mensen gaat zonder God.

Die geestelijke ‘dood’ houdt in dat een ongelovige in feite alles kwijt is wat het leven vanuit Gods bedoeling en perspectief zo de moeite waard maakt: die liefdevolle intieme omgang met Hem. Ik hoef je niet te vertellen dat de wedergeboorte hier in geestelijk opzicht een enorme verandering in heeft gebracht: niet meer ‘dood’ maar ‘levend’. Geen hart van steen meer dat niet in staat is God te ervaren en te ‘voelen’, maar een warm, kloppend hart van vlees en bloed dat volop in staat is om contact met God te hebben. Lees zelf de hele context van deze ontroerende profetie van Ezechiël:

‘Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. 27 Ik zal jullie mijn geest geven…’

Ezechiël 36:26-27

In principe een profetische belofte voor het volk Israël, maar volop ook van toepassing op alle gelovigen binnen het Nieuwe Verbond.

Ja een vernieuwde geest door aanraking en heling van de Heilige Geest. Maar nog geen volledig herstel van alle schade die we leden door de zondeval zoals Paulus in Romeinen 8 zo duidelijk aangeeft. Wel degelijk de mogelijkheid om weer volop contact met God te hebben. We mogen bouwen aan een echte relatie met Hem, maar wel in de context van nog steeds aanwezige schade aan onze emoties. En net zoals emotionele schade opgelopen in het verleden door huwelijkspartners, hun nieuwe relatie danig dwars kan zitten ondanks hun oprechte liefde voor elkaar, zo heeft de algemene emotionele schade die we leden door onze zondige natuur nog steeds impact. We mogen het door Gods genade en de helende invloed van zijn Geest deels van ons afschudden, maar we blijven emotioneel hoe dan ook voorlopig nog worstelen met ‘restschade’. Mocht je het nu fundamenteel oneens zijn met deze uitspraak, stel je oordeel nog even uit tot het volgende hoofdstuk, want ik wil daarin een aantal voorbeelden uit het N.T. de revue laten passeren.

Dramatische gevolgen van de emotionele schade

De emotionele schade opgelopen door de zondeval is ogenblikkelijk merkbaar. Geweld tussen mensen is enkel mogelijk als het geweten en de emoties van de geweldpleger op slot zitten. Kaïn vermoordde zijn broer, maar lijkt daar helemaal geen spijt of pijn over te voelen. Hij is achteraf enkel bang voor de gevolgen voor hemzelf.

In de grootspraak van Lamech klinkt ook geen greintje emotionele betrokkenheid bij zijn medemensen door:

Lamech zei tegen zijn vrouwen:
‘Ada en Silla, hoor wat ik zeg!
Vrouwen van Lamech, luister naar mij!
Wie mij verwondt, die sla ik dood,
zelfs wie mij maar een striem toebrengt.

Genesis 4:23

En al snel is het geweld zo wijdverspreid dat het God ‘berouwde’ (NBG) dat Hij de mens had geschapen:

De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. 6 Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7 Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. 8 Alleen Noach vond bij de HEER genade.

Genesis 6:5-8

In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. 12 Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde…

Genesis 6:11-12

Voor alle duidelijkheid: het Hebreeuwse woord ‘berouw’ kan twee dingen betekenen: spijt over een verkeerde beslissing of daad, of verdriet over de gevolgen van een daad, ook als de daad zelf niet verkeerd was. Uiteraard moeten we Gods berouw hier op de tweede manier begrijpen. God toont dus wel grote emotie: ‘Hij voelde zich diep gekwetst’. Maar zijn beelddragers zijn emotioneel zo afgestompt dat ze al het leed dat ze anderen aandoen de gewoonste zaak van de wereld vinden.

De enige twee uitzonderingen zijn Henoch en Noach:

Na de geboorte van Metuselach leefde Henoch nog 300 jaar, in nauwe verbondenheid met God. Hij verwekte zonen en dochters. 23 In totaal leefde hij 365 jaar. 24 Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam.

Genesis 5:22-24

Wat een schitterend, maar helaas uitzonderlijk, getuigenis: Henoch wandelde met God (NBG). Henochs emotionele beschadiging was kennelijk dermate genezen door Gods Geest, dat hij volop in staat was intiem met God om te gaan. Zijn ‘wandelen met God’ is duidelijk een echo van het wandelen van God in de tuin met Adam en Eva. Zo’n uitzonderlijke intimiteit dat God hem tot zich nam zonder dat hij stierf! Wat een aanmoediging voor ons om ook met God te wandelen in alle intimiteit.

De tweede uitzondering is Noach:

Alleen Noach vond bij de HEER genade.

Genesis 6:8

Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een voorbeeldig leven leidde, in nauwe verbondenheid met God.

Genesis 6:9

Weer diezelfde prachtige uitdrukking: ‘Noach wandelde met God’ (NBG). Maar helaas was hij de enige…

Algemene grote emotionele beschadiging van Gods beelddragers dus. Niet in staat om het leed van anderen aan te voelen en daardoor geweldpleging alom. Niet in staat om God aan te voelen en daardoor een wandel in totale vervreemding van Hem.

De discipelen van Jezus

Er is een bekend voorbeeld van Jezus waarbij hij deze emotionele restschade door onze gevallen natuur prachtig en liefdevol onder woorden brengt. Toen Hij in Getsemane worstelde met de Vader over zijn naderend lijden, lagen zijn discipelen in de buurt. Ze hadden mee kunnen strijden in gebed met hun geliefde Rabbi, maar ze bleken emotioneel niet in staat tot biddende betrokkenheid met zijn angst. Bedenk dat het hier ging om de drie intiemste discipelen: Petrus, Jacobus en Johannes: Matteüs 26:36-46. Zacht verwijtend zegt Jezus de eerste keer als hij Petrus slapend aantreft: ‘De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak’. Wat een ontroerend begripvolle woorden die precies de vinger op de zere plek leggen: we willen zo graag emotioneel bij God betrokken zijn. Ons probleem hoeft echt niet voort te komen uit persoonlijke onbeleden zonde. Maar ons vlees is zo zwak.
Restschade van de zondeval…

Praktische vragen en suggesties

  1. Die emotionele restschade waar ik over schreef steekt meteen al de kop op als we Genesis 3 lezen. We beseffen hoe diep triest dat hoofdstuk is. Maar hoe diep word je er echt emotioneel door geraakt? Mag ik je eens de volgende uitdaging geven: tel het aantal keren dat je Genesis 3 met gevoel moet lezen voordat de tranen in je hart en ogen opwellen. Ik bedoel dit niet als grapje maar heel serieus…

  2. De emotionaliteit van de diepe frustratie, boosheid en vooral verdriet van God spat ervan af hoofdstuk na hoofdstuk in het O.T. als Hij via zijn profeten in litanie na litanie de zondigheid van zijn volk beschrijft en het verlies van de liefde die Hij zo graag met hen wilde delen. Wanneer had je voor het laatst een zakdoek nodig bij het lezen van het O.T.? Weet je nog bij welk hoofdstuk dat was?

  3. Hoe ga jij om met die zwaar emotionele, gefrustreerde uitlatingen van God in het O.T., waarmee Hij zich trouwens erg kwetsbaar opstelt? Wil je eerlijk zijn in je antwoord?
    Kun je meeleven met Gods gevoelens of ervaar je misschien eerder ongemak?
    Voel je wrevel over al die negativiteit, terwijl jij juist in de Bijbel troost en hoop zocht?
    Ervaar je misschien stomweg verveling: ‘oh nee, niet weer zo’n deprimerend vervelend stuk’?
    Pleeg je struisvogelpolitiek: gewoon negeren en elders op zoek gaan naar iets fijns?
    Of doe je een dappere poging om echt met God mee te voelen in zijn pijn en frustratie over zijn verspilde liefde?

  4. Heb je ooit de frustratie in die gedeeltes betrokken op je eigen relatie met God en de moeite die je mogelijk zelf hebt om echt emotioneel op God betrokken te zijn?

  5. Ben je het met me eens, als ik in elk geval de conclusie trek uit dat soort zwarte hoofdstukken in het O.T., dat God een God van echte en diepe emoties is en dat Hij ons ook wat onze emotionele beleving betreft gemaakt heeft naar zijn beeld en gelijkenis?

  6. Als je het eens bent met mijn conclusie in de vorige vraag, welke impact zou je dan logischerwijs verwachten van je emotionaliteit in het kader van je relatie met God?

  7. De vorige vraag ging over een logische redenering. Kun je eens eerlijk omschrijven hoe je in werkelijkheid je relatie met God emotioneel beleeft? Ligt dat in lijn met de logische redenering van zonet?

  8. Mocht je bij jezelf vaststellen dat er een forse emotionele blokkade zit in de beleving van de liefdesrelatie met je Schepper, heb je dan enig idee waar die blokkade uit voortkomt?
  9. Misschien kan ik de vorige vraag concreter maken aan de hand van de mislukte gebedsondersteuning van Petrus, Jacobus en Johannes in Getsemane. Kun je eens een inschatting maken van de factoren die in hun geval maakten dat ze telkens in slaap vielen in plaats van vol empathie voor en met hun geliefde Rabbi te bidden?

2 reacties op “De ultieme intimiteitskiller”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.