Ezechiël ziet Gods heerlijkheid

Ezechiël ziet Jahweh

De Babylonische ballingschap gebeurde niet in één klap. Voordat Jeruzalem en de tempel definitief verwoest werden, had Babel al eerder een aanval gedaan en ballingen meegenomen. Met name alle leden van de koninklijke familie en andere notabelen werden toen als eerste weggevoerd. De profeet Ezechiël was een van die vroege ballingen. Terwijl de ‘huilende profeet’ Jeremia het uiteindelijke drama in Jeruzalem van dichtbij tot de laatste snik meemaakt en probeert te redden wat er te redden valt, ziet Ezechiël de val van Jeruzalem met zijn geestesoog gebeuren vanuit het verre Babel. Hoewel Jahweh op een afschuwelijke manier straft voor eeuwen van ongehoorzaamheid en afgodendienst, is Hij toch ook nu rijk aan genade. Hij maakt met een, wel heel bijzonder en terugkerend, visioen van zichzelf, duidelijk dat zijn almacht, hulp en aanwezigheid niet beperkt is tot het Beloofde Land.

Niet alleen de verheven heiligheid en schoonheid van Jahweh worden zichtbaar in dit visioen, maar juist ook zijn ‘mobiliteit’. Ezechiël ziet deze verschijning vanuit zijn woonplaats aan het Kebarkanaal in Babel, voordat Jeruzalem definitief valt. De eerste Joodse ballingen hadden daar grond gekregen om te wonen en te leven. Ze leidden dus geen slavenbestaan, maar mochten zelfstandig een nieuw leven opbouwen. Het doel van de ballingschap was om ze weg te voeren van hun ‘roots’, waardoor het geen zin meer had om in opstand te komen.

Op een dag opende de hemel zich en toen zag profeet Ezechiël het volgende:

een stormwind, komend uit het noorden, een grote gloeiende wolkenmassa, een vuur van bliksemflitsen. Daar middenin zag ik iets dat glansde als wit goud. 5 In het midden van het vuur zag ik iets dat leek op een viertal wezens. Zo zagen ze eruit: ze leken op mensen 6 maar ze hadden elk vier gezichten en vier vleugels. 7 Hun benen waren recht en hun voeten, die blonken als gepolijst koper, leken op de hoeven van een kalf. 8 Aan hun vier zijden, onder hun vleugels, zag ik mensenhanden. De gezichten en vleugels van de vier wezens zagen er zo uit: 9 hun vleugels raakten elkaar, en omdat ze aan elke kant een gezicht hadden, hoefden de vier wezens zich niet om te draaien als ze zich voortbewogen. 10 Hun gezichten leken van voren op het gezicht van een mens en van rechts op de muil van een leeuw, van links op de kop van een stier en van achteren op de bek van een adelaar. 11 Dat waren hun gezichten. Twee van hun vleugels waren naar boven uitgespreid en raakten elkaar, en met de andere twee bedekten ze hun lichaam. 12 Elk van de wezens bewoog zich recht vooruit, waarheen de geest van God hen ook maar dreef, en ze hoefden zich, waarheen ze ook gingen, niet om te draaien. 13 Ze leken op iets dat eruitzag als brandende, vurige kolen; ze zagen eruit als fakkels. Er ging vuur heen en weer tussen de wezens, een gloeiend vuur, en er kwam bliksem uit het vuur. 14 En zo flitsten de wezens heen en weer, als bliksemstralen.
15 Opnieuw keek ik naar de wezens, en ik zag bij elk van de vier een wiel op de grond staan, aan de voorkant. 16 De wielen glansden alsof ze gemaakt waren van turkoois en ze hadden alle vier dezelfde vorm: ze leken op een wiel midden in een ander wiel. 17 Ze gingen met de vier wezens mee, zonder om te draaien. 18 Hun velgen waren angstwekkend hoog, en elk van de vier velgen was afgezet met ogen. 19 Als de wezens zich bewogen, gingen de wielen mee, en als de wezens opstegen van de aarde, stegen ook de wielen op. 20 Waarheen Gods geest hen leidde, daarheen gingen de wezens: zij volgden de geest en de wielen stegen met hen op, want een en dezelfde geest leidde de wezens en de wielen. 21 Als de wezens zich bewogen, bewogen ook de wielen, en als ze stilstonden, stonden ook de wielen stil. Als ze van de aarde opstegen, stegen ook de wielen op; een en dezelfde geest leidde immers de wezens en de wielen.
22 En boven de hoofden van de wezens was een soort koepel, glinsterend als ijs, angstwekkend – deze koepel strekte zich hoog boven hun hoofden uit. 23 Daaronder stonden ze, en hun vleugels waren uitgespreid en raakten elkaar. Hun twee andere vleugels waren toegevouwen en bedekten hun lichamen. 24 Toen hoorde ik het geluid van hun vleugels. Het klonk als het gebulder van de zee, als de stem van de Ontzagwekkende, als het rumoer van een mensenmassa, als een dreunend leger. Als ze stilstonden vouwden ze hun vleugels weer toe. 25 Toen hoorde ik ook een geluid boven de koepel boven hun hoofd – maar zijzelf stonden stil met toegevouwen vleugels. 26 En boven de koepel zag ik iets dat leek op een troon van saffier, en daarboven, op die troon, zag ik een gedaante als van een mens. 27 Vanaf wat zijn lendenen leken te zijn naar boven toe zag ik iets dat glansde als wit goud en door iets als vuur omgeven was, en naar beneden toe zag ik iets als vuur, omgeven door een stralende gloed. 28 Zoals de boog die bij regen verschijnt in de wolken, zo zag die gloed eruit.
Dit was de aanblik van de stralende verschijning van de HEER, en toen ik dit alles zag, wierp ik me voorover op de grond.

Ezechiël 1:4-28

Wat een theofanie! Dit is de meest uitgebreide en gedetailleerde omschrijving van een theofanie in de Bijbel. Ik vermoed dat Jahweh de profeet de opdracht gaf om zo goed mogelijk te beschrijven wat hij zag. Tegelijkertijd merk je aan de taal, dat het eigenlijk een onmogelijke opdracht was. Gods heerlijkheid is zo groot en majesteitelijk, dat het niet met woorden te vatten is. Als je een fysiek kloppend plaatje probeert te maken op basis van deze beschrijving dan loop je vast op diverse punten vrees ik. Kunstenaars hebben dat door de eeuwen heen toch geprobeerd natuurlijk. Maar alleen al door de grote verschillen in die voorstellingen zie je hoe lastig het is.

Persoonlijk ben ik hier extra door geboeid omdat ik mijn werkterrein als software ontwikkelaar verlegd heb naar het bouwen van virtuele werelden, onder andere om afgespeeld te worden in een VR bril (Virtual Reality bril). Het lijkt me geweldig om deze theofanie na te bouwen voor de VR bril. Terwijl je dit spektakel dan aan alle kanten om je heen ziet en hoort wordt deze tekst voorgelezen. Lijkt me prachtig om te maken, maar ook erg ingewikkeld. Ik denk er nog over na…

Misschien is het je opgevallen dat de meeste details de vier ‘wezens’ onder Gods troon beschrijven. Jahweh zelf wordt eigenlijk maar kort omschreven. Let op de woorden die aangeven dat zijn verschijning niet echt met woorden te omschrijven is:
iets dat leek op een troon van saffier’,
een gedaante als van een mens’,
‘vanaf wat zijn lendenen leken te zijn’,
iets als vuur’.

Eerder vage impressies dus. God zelf kan in al zijn heerlijkheid niet worden waargenomen, maar toch lezen we hier de meeste details tot nog toe in de Bijbel. Het is interessant om op te merken dat er een tendens in de Bijbel lijkt te zijn om Gods heerlijkheid door de eeuwen heen toch met meer en meer details waar te nemen.

Hoe dan ook, veruit de meeste details proberen dus vooral de ‘wezens’ onder de troon te omschrijven. En dat heeft een duidelijk doel. Alle nadruk ligt op hun ongekende en verrassende mobiliteit in alle richtingen. Aangezien zij de troon van Jahweh ‘dragen’ omschrijft hun mobiliteit eigenlijk de mobiliteit van Jahweh. Hij heeft zichzelf niet ‘vastgeketend’ in de tempel in Jeruzalem. Hij zit überhaupt niet vast aan één enkele stad of land op aarde. Hij kan zijn waar Hij maar wil. Het is zijn Geest die de wezens aanstuurt en energie geeft. Zij gaan waar Hij maar wil. En in deze fysieke weergave van zijn heerlijkheid hoeven ze zich niet eens om te keren als Hij een andere kant op wil. Zonder te keren kunnen ze naar voren, achteren, links of rechts bewegen. Ook opstijgen of dalen gaat geheel moeiteloos.

Ik moet hier onwillekeurig aan mijn drone denken. Ook die kan ik moeiteloos alle kanten op bewegen, zonder te hoeven draaien, zoals met een vliegtuig wel het geval zou zijn. Stuurknuppeltje naar links, drone naar links, knuppeltje naar achteren, drone naar achteren. Alle knuppeltjes loslaten, en de drone blijft perfect op zijn plaats ‘zweven’ zonder dat ik nog bij hoef te sturen. Als ik zo vrij zwevend een video maak, is het net alsof de camera op een stevig statief stond, zo strak is het beeld. Wil ik kijken hoe de wereld er op 120 meter hoogte uitziet? Geen probleem! Met hetzelfde gemak stuur ik hem In volle vaart voor- of achteruit, totdat hij zo klein is geworden dat ik hem nauwelijks nog zie.
En ook wat de minder leuke herrie van mijn drone betreft: het lijkt aardig op deze theofanie: het vliegen van deze engelachtige wezens en het ratelen van hun wielen maakt een reuze kabaal.

Interessant detail zijn natuurlijk de wielen. Reusachtig groot, maar ook eigenlijk bestaand uit twee wielen in elkaar. Ik vond het leuk om in mijn Tyndale commentaar dezelfde suggestie te lezen als wat ik zelf voor ogen had: twee wielen loodrecht op elkaar, en dus niet in hetzelfde vlak liggend. Zo suggereer je dat er zonder om te draaien moeiteloos in alle vier richtingen gereden kan worden.

Maar ja, dit is allemaal beeldtaal. Die wielen hoeven helemaal niet te rijden, want als de Geest het wil, stijgt deze reusachtige ‘gemotoriseerde, rijdende, vliegende, drone-achtige troon’ moeiteloos op.

Snel is hij ook: als bliksemstralen schiet het alle kanten op. De veronderstelling is dat de wezens niet onderling ten opzichte van elkaar heen en weer schieten, maar elke beweging altijd samen maken. Tenslotte is hun functie om het ‘platform van zoiets als ijskristal’ te dragen zonder dat het gaat wankelen.

Het woord ‘kristal’ komt van de Septuagint vertaling van deze theofanie. Ik vraag me altijd af hoe vaak Ezechiël ijs zag en kende. Ik vermoed dat hij hier het woord ijs gebruikt, niet alleen om glinstering uit te drukken, maar ook doorzichtigheid. Tenslotte waren de wielen reusachtig groot. Het platform van ijskristal en de troon erop moet dus ver boven ooghoogte van de kleine Ezechiël getroond hebben. Als ik me dit tafereel zelf probeer voor te stellen, kom ik tot de conclusie dat Ezechiël de troon, en Gods heerlijkheid op die troon, gezien moet hebben door het ijskristal heen kijkend. Misschien dat hij ook daarom zulke omzichtige taal gebruikt: ‘iets dat leek op een troon van saffier’, enz.

Mozes en Elia ‘zagen’ Jahweh maar één keer. Bij Ezechiël was dat anders. Hij maakte tot zijn eigen stomme verbazing deze verschijning van God heerlijkheid meerdere keren mee. Hij roept het vol verbazing meerdere keren uit: ‘Ja, het was echt dezelfde verschijning’, wat een wonder, wat een genade. En elke keer weer was Ezechiël er zo van ondersteboven, dat hij krachteloos plat op zijn gezicht viel.

Het doel van de eerste verschijning was om Ezechiël te roepen tot de bediening van profeet.
De tweede keer dat Gods heerlijkheid verschijnt, is het om Ezechiël extreem bizarre profetische activiteiten op te dragen, zie 3:22 – 4, en misschien wel tot en met hoofdstuk 5. Hij lijkt tegenstrijdige opdrachten te krijgen. Aan de ene kant moet hij zich opsluiten in zijn huis en niet onder zijn volksgenoten komen, omdat die anders zouden proberen om hem met touwen vast te binden. Op zich begrijpelijk eerlijk gezegd. Zijn verslagen over deze ontmoetingen met Jahweh waren zo buitenaards, dat hij waarschijnlijk aanvankelijk voor een zwaar gestoord psychiatrisch patiënt werd gehouden. Dergelijke patiënten kunnen wel eens gevaarlijk worden, dus kon je ze het beste maar vastbinden was toen de gedachte.

Maar aan de andere kant moet Ezechiël juist naar buiten om allerlei profetische ‘acts’ uit te voeren in de stad. Lees de details zelf maar.

In hoofdstuk 8 gebeurt iets nog merkwaardigers. Ezechiël heeft inmiddels kennelijk de aandacht van de leiders gekregen. De oudsten van Juda waren op bezoek bij hem thuis. En plotseling verschijnt enkel de gedaante die op de troon gezeten had voor hem. Hij strekt iets wat op een hand lijkt uit en grijpt de profeet bij zijn haar. Hij trekt de profeet aan zijn haar omhoog om een vliegtocht naar Jeruzalem met hem te maken. En daar zet Hij Ezechiël neer waar de complete oorspronkelijke mobiele heerlijkheid van Gods troon weer te zien is:

Dit is wat ik zag: een gedaante als van vuur. Vanaf wat zijn lendenen leken te zijn naar beneden toe zag ik vuur, en naar boven toe een schittering, glanzend als wit goud. 3 Hij strekte iets uit dat de vorm had van een hand en pakte me bij mijn haren beet. In dit goddelijk visioen tilde de geest me op, tussen hemel en aarde, en bracht me naar Jeruzalem, naar de ingang van de noordelijke binnenpoort, waar het afschuwelijke godenbeeld staat dat de woede van de HEER wekt. 4 Daar zag ik de stralende verschijning van de God van Israël, zoals ik die ook in het dal had gezien.

Ezechiël 8:2-4

En dan krijgt Ezechiël een deprimerende rondleiding waarin Jahweh hem laat zien hoe zijn heilige tegenwoordigheid in Jeruzalem, en zelfs ook in de tempel, dagelijks op een afschuwelijke manier met voeten wordt getreden. Lees zelf maar heel hoofdstuk 8.

Dan volgt het afschuwelijke negende hoofdstuk waarin God een merkteken laat plaatsen door een speciale engel, net als met het bloed van het Pascha lam in Egypte:

De HEER zei tegen hem: ‘Maak een ronde door Jeruzalem, en zet een merkteken op het voorhoofd van iedereen die jammert en klaagt om de gruwelijke dingen die er in de stad gebeuren.’

Ezechiël 9:4

Hoe zwart en macaber dit hoofdstuk ook mag zijn, het is belangrijk om er serieus over na te denken als je intimiteit met God nastreeft. Ik beschreef al eerder in dit boek de houding die we vaak hebben als we weer eens een poging doen om te lezen in de profetische literatuur. Vaak zijn we verveeld en geïrriteerd: waarom moet dat nou, al dat gesomber en al die ellende? Ik zoek liever iets opbeurends. Ik stelde je toen de vraag of je je ooit hebt gerealiseerd dat zulke zwarte profetische pagina’s wel het hart van God vertolken. Als je echt van iemand houdt, wil je weten wat hij of zij voelt, en waarom hij zich zo voelt. En als er diep verdriet is, is hulp soms niet mogelijk. Maar er is dan wel altijd de mogelijkheid om stil aanwezig te zijn, om ten minste het verdriet en de wanhoop emotioneel te delen. Net als Jobs vrienden in het begin deden.

Heb je net gelet op de omschrijving van de inwoners in Jeruzalem die het merkteken krijgen? Het waren de mensen die Gods gevoelens van wanhoop en verdriet met Hem deelden: ‘Iedereen die jammert en klaagt om de gruwelijke dingen die er in de stad gebeuren’. Hoe kijk jij naar de vele vormen van diepe zonde en onrecht in je eigen land en in de wereld in het algemeen? Neem je ooit de tijd om daar met gevoel stil bij te staan, en dan stil heel dicht naast God te zitten, om samen met Hem te rouwen over wat er gebeurt?

Zes andere engelen krijgen vervolgens een afschuwelijke opdracht:

Tegen de zes anderen hoorde ik hem zeggen: ‘Ga achter hem aan, trek ook door de stad en dood iedereen. Jullie moeten geen medelijden tonen, jullie mogen geen medelijden kennen. 6 Oude mensen, jonge mannen en vrouwen, moeders en kinderen – jullie moeten ze allemaal ombrengen, behalve de mensen die het merkteken dragen. Begin bij mijn heiligdom.’

Ezechiël 9:5-6

Er ontstaat een enorme berg lijken. Deze moeten op het tempelplein gesmeten worden om de ontwijding daarvan zo mogelijk nog meer kracht bij te zetten.

De gruwelijke boodschap is onthutsend duidelijk: het zullen niet de Babyloniërs zijn die dood, verderf en verwoesting zullen aanrichten in Jeruzalem en in de tempel. Het is Jahweh zelf…

En na die afschuwelijke slachtpartij en definitieve ontwijding van de tempel, ziet Ezechiël hoe de heerlijkheid van Jahweh stap voor stap de tempel en de stad verlaat.

Verrassend genoeg leert Ezechiël in zijn visioen over Jeruzalem nog meer details over deze telkens terugkerende theofanie. De wezens blijken nu cherubs te zijn, net als de gouden engelachtige wezens op het verzoendeksel van de ark van het verbond. Vaak wordt verondersteld dat cherubs een speciaal soort engel betreft, belast met het ‘bewaken’ van Gods heiligheid. Interessant genoeg wordt het geheel van wezens, raderen en plateau van ijskristal soms door Ezechiël kortweg ‘cherub’, enkelvoud, genoemd. Misschien moeten we de ‘definitie’ van cherub daarom uitbreiden tot: ‘een engelachtig wezen dat Gods troon draagt en zijn heiligheid bewaakt’.

We wisten al dat de cherubs vier handen hadden. Daarmee blijken ze vurige kolen te kunnen scheppen van tussen de raderen. Symbool van Gods toorn over onreinheid.

Een ander nieuw detail is dat niet alleen de velgen van de wielen vol staan met ‘ogen’, maar ook het hele lichaam van de cherubs: rug, handen en vleugels. Mijn achtergrondcommentaar wijst erop dat ‘oog’ in het Babylonisch gebruikt werd voor rond geslepen edelstenen. Mogelijk was alles dus ingelegd met edelstenen. Maar misschien waren het gewone ogen, als symbool van het feit dat niets ontsnapt aan de aandacht van Jahweh en de bewakers van zijn heiligheid.

Interessant detail in 10:14 is dat de vier gezichten nu omschreven worden als dat van een cherub, mens, leeuw en arend. De eerdere kop van een rund is nu dus het gezicht van een cherub geworden. Het lijkt erop dat de Judese oudsten, aan wie Ezechiël uiteindelijk dit hele visioen beschrijft, verondersteld werden te weten hoe het gezicht van een cherub eruitziet. Ik kom daar zo op terug.

Tot slot blijken de reusachtige dubbele wielen ook expliciet een naam te hebben: galgal, 10:13. Dat betekent wiel, werveling, wervelwind. Het kan gebruikt worden voor alles wat snelle ronddraaiende bewegingen maakt.

Wat moeten wij nu in vredesnaam denken van al deze duizelingwekkende mythologisch aandoende details over met name de cherubs? Voor alle zekerheid onderstreep ik het nog maar eens: God en zijn engelen hebben geen lichaam. Ze zijn ‘geest’ om het zo maar te zeggen. Ze maken geen deel uit van de materiële schepping, hoewel de engelen natuurlijk op zich wel een deel van Gods schepping zijn, maar dan los of buiten de dimensies van materie, ruimte en tijd. Als een mens dus God of engelen te ‘zien’ krijgt, dan is dat een speciaal, tijdelijk, wonder van God in zijn genade. God zorgt voor een tijdelijk zichtbare, hoorbare manifestatie van zichzelf. Altijd met een helder doel: een concrete boodschap communiceren aan de profeet. En communicatie werkt het beste volgens de bekende elementen van de wereld waar wij als mens mee vertrouwd zijn. Dat geldt voor de taal: het gewone Hebreeuws in dit geval, Ezechiëls moedertaal. En dat geldt ook voor de symboliek van de zichtbare details van Gods heerlijkheid.

Ezechiël en de Judese oudsten leefden inmiddels al een tijdje in Babylonië. Het Kebarkanaal lag dicht bij de hoofdstad Babel. Ze hadden ongetwijfeld regelmatig boodschappen gedaan in Babel en hadden de vele kunstwerken die de stad rijk was gezien. Muren van paleizen, stadsmuren, overal prachtige, huizenhoge stenen reliëfs met veelal mythologische afbeeldingen.

Het is geen toeval dat alle visuele details over deze cherubs ontleend zijn aan de Babylonische beeldtaal! Niet in dezelfde samenstelling als de profeet de heerlijkheid van Jahweh en zijn cherubs zag, maar wel met dezelfde details, maar dan in andere samenstellingen. Denk aan mythologische figuren van mensenbenen met kalfspoten, meerkoppige gevleugelde engelachtige wezens, vaak een mix van dierlijke en menselijke ledematen, rijdende tronen van koningen of goden. Reusachtige tronen met wielen kenden ze dus van de muurreliëfs in Babel…

Net als Rembrandt Bijbelse taferelen schilderde en tekende met details uit zijn eigen wereld, zo zorgt Jahweh voor een nieuw multimediaspektakel met de meest indrukwekkende visuele details die Ezechiël ooit gezien had in zijn wereld. Dat was dus de Babylonische wereld…

Het verhaal van moderne Bijbelwetenschappers, dat deze Babylonisch mythologische details duidelijk maken dat de schrijver van dit bizarre boek simpelweg kopieerde van de Babylonische mythologie en literatuur, klopt niet. Het echte verhaal is dat God als Meester Communicator, niet voor een onbekende ‘goddelijke’ taal, alfabet of symboliek kiest, maar voor de taal en symboliek waar zijn publiek mee vertrouwd is. Het heeft niets te maken met gebrek aan creativiteit maar alles met doeltreffend communiceren. Als God in het Chinees tegen Ezechiël had gesproken, en dat verder had ingekleurd met zichtbare Chinese symboliek dan had Ezechiël er niets aan gehad, want hij verstond die taal niet. En als Ezechiël balling in China was geweest, dan had de theofanie er totaal anders uitgezien.

We moeten dus nuchter vaststellen dat God zichzelf in deze theofanie in eerste instantie voor het oorspronkelijke publiek liet zien en horen. Zij begrepen de details van de beeldtaal maar al te goed. Voor ons is de Hebreeuwse taal, alfabet en de Babylonische symboliek niet direct onze moedertaal. Dat maakt het voor ons dus heel lastig om erin door te dringen. Maar gelukkig hebben we heel veel hulpmiddelen. Het kost alleen wel extra inspanning… Heb jij dat ervoor over? Of laat je de Bijbel liever maar dicht omdat het zo’n ‘ingewikkeld’ en vaak onbegrijpelijk boek is? Welk percentage van je tijd besteed je aan een poging om er meer grip op te krijgen? Wees realistisch, en verbaas je niet als je ontdekt dat ook de beste taalexperts ter wereld lang niet alle geheimen van de taal uit het O.T. of N.T. hebben kunnen ontrafelen. Deze beelden en ‘getuigenverslagen’ komen tot ons vanuit een totaal andere cultuur, tijd en taal. En dat brengt absoluut grote problemen met zich mee. Details en onzekerheden waar we waarschijnlijk nooit meer achter zullen komen. Maar gelukkig: de hoofdboodschap klinkt ook nu nog helder en duidelijk. In elk geval voor iedereen die de moeite wil nemen om gebruik te maken van de vele hulpmiddelen die ons vandaag ter beschikking staan dankzij de intensieve arbeid van duizenden geleerden door de eeuwen heen.

In Ezechiël 11 lezen we dan compleet onverwacht iets heel moois en vertrouwds:

“Dit zegt God, de HEER: Al heb ik hen weggevoerd naar verre volken, al heb ik hen over vele landen verspreid en al kunnen ze mij in die landen niet in een tempel vereren, 17 toch zeg ik hun dit: Ik zal jullie weghalen bij die volken, ik zal jullie terugbrengen uit de landen waarover jullie verspreid zijn en ik zal jullie je land teruggeven! 18 Dan zullen zij daarheen terugkeren en alle afschuwelijke afgoden uit het land verwijderen. 19 Dan zal ik hen eensgezind maken en hun een nieuwe geest geven; ik zal hun versteende hart uit hun lichaam halen en hun er een levend hart voor in de plaats geven. 20 Dan zullen ze mijn wetten gehoorzamen en mijn regels in acht nemen. Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn. 21

Ezechiël 11:16-21

Daar is dan totaal onverwachts het Evangelie in al zijn glorie: een ‘geestelijke harttransplantatie’ in de toekomst. Er is dus toch weer sprake van genade, toch weer de vertrouwde nabijheid van Jahweh in de toekomst: ‘Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn’. Die laatste zin is een soort refrein in de Bijbel beginnend in Exodus, en het weergalmt tot in Openbaring.

Ben je het met me eens, dat de emotionaliteit van deze prachtige en bekende belofte, je nog veel dieper aangrijpt, als je het leest tegen de zwarte achtergrond van deze hoofdstukken? Wie God echt liefheeft, leeft mee met zijn wanhoop, rouw en verdriet over een schijnbaar verloren wereld. En hij juicht mee over de onverwachte overwinning en zich telkens vernieuwende genade, dwars door alle wanhoop en zonde heen.

Tot slot ziet Ezechiël hoe Gods heerlijkheid de stad verlaat en (tijdelijk?) neerdaalt op de Olijfberg ten oosten van Jeruzalem. Uiteindelijk wordt Ezechiël weer ‘thuisgebracht’ aan het Kebarkanaal en doet hij verslag aan de oudsten, zie 11:23-25. Het wordt me niet duidelijk of de heerlijkheid van Jahweh met hem meereist terug naar Babel. Je ziet hier de diepe betekenis van alle ‘mobiliteits details’ in de verschijningen van God. Hij overstijgt alles. Hij is niet ‘dood’ of ‘uitgeschakeld’ als Jeruzalem en de tempel vernietigd worden. Hij is en blijft springlevend en alomtegenwoordig, wat de boze mensheid ook uitvreet.

In het vijfentwintigste jaar van de ballingschap, krijgt Ezechiël weer hoopgevende visioenen. We zijn inmiddels na vele, vele zwarte pagina’s aangekomen in hoofdstuk 40. We zien een nieuwe tempel!
En in hoofdstuk 43 ziet hij dan weer de inmiddels vertrouwde heerlijkheid van Jahweh. Als je mee hebt gehuild en gerouwd met de wanhoop en het verdriet van God en zijn profeet, dan kan het niet anders of je krijgt nu tranen in je ogen als je ziet hoe Gods heerlijkheid vanuit het oosten met oorverdovend spektakel en in oogverblindend licht weer terugkeert:

En daar, vanuit het oosten, zag ik de God van Israël in al zijn luister verschijnen, met een geluid als het gebulder van de zee, en de aarde straalde ervan. 3 Wat ik zag, leek op wat ik had gezien toen ik de verwoesting van de stad zag, en op wat ik had gezien bij het Kebarkanaal, en ik wierp me voorover op de grond. 4 De luisterrijke verschijning van de HEER ging door de oostpoort de tempel binnen. 5 Toen hief een geest mij op en bracht me naar de binnenhof, en ik zag dat de tempel vol was van de luister van de HEER. 6 Toen werd er vanuit de tempel tegen mij gesproken, terwijl de man naast mij stond: 7 ‘Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon, de plaats waar ik mijn voeten zet. Hier zal ik voorgoed blijven wonen te midden van de Israëlieten. Het volk van Israël zal mijn heilige naam nooit meer bezoedelen

Ezechiël 43:2-7

Kun je je voorstellen wat de impact van deze nieuwe visioenen geweest moet zijn op Ezechiël en alle gelovige ballingen bij hem? Als het bij mij al helemaal volstroomt zodat ik moet stoppen met schrijven, wat moet het hun dan wel niet gedaan hebben? Wat een diepe troost ondanks alle ellende in Babel!

En zoals bij veel profetie zit hier een ‘dubbele bodem’ in. Uiteindelijk zal het Joodse volk massaal haar Koning weer erkennen, bevestigt ook Paulus in de Romeinen brief:

Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: ‘De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht. 27 Dit is mijn verbond met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.’

Romeinen 11:26-27

De ultieme vervulling van deze prachtige visioenen van Ezechiël moeten dus nog uitkomen. Maar ondertussen is de kern ervan al tweeduizend jaar volop van toepassing! Wie op de Messias vertrouwt ontvangt een harttransplantatie. Het hart van steen gaat eruit, en een warm kloppend hart van vlees komt ervoor in de plaats. Deze belofte is gelukkig voor ieder die wil, Jood of niet-Jood. Het is door het grote wonder van die harttransplantatie dat jij en ik zo intiem met Jahweh om mogen gaan. Hij heeft zijn Nieuwe Verbond met ons gesloten op basis van het kostbare bloed van zijn Zoon Jezus. Hij heeft onze zonden weggenomen…

Daarom mag ik nu al weten dat Jahweh tegen mij persoonlijk zegt: ‘Jouw vernieuwde hart, jouw leven is mijn tempel, vanaf nu de plaats van mijn troon, daar waar ik mijn voet zet. Hier zal ik voorgoed wonen’.

En precies deze zelfde woorden spreekt hij tot zijn hele Bruid: ‘Mijn tempel, mijn volk, Ik ben jullie God. Ik woon in jullie midden. Voor eeuwig.’

Wat een genade. Het grijpt mij zo diep aan. ‘Emotioneel Bijbellezen’ kan heel zwaar zijn omdat je veel en vaak het verdriet, de wanhoop en de toorn van God van dichtbij meemaakt en meevoelt. Maar het geeft ook regelmatig zo’n onuitsprekelijke vreugde omdat je dicht bij zijn warm kloppende hart ook mag meegenieten van zijn vreugde en eeuwige overwinning.

Laten we weer met beide benen op de grond gaan staan. Hoe het precies zit met die nieuwe tempel van Ezechiël, ik weet het niet. Vooral de vele details over de vernieuwde offerdienst roepen veel theologische vragen op. Persoonlijk geloof ik dat Jezus bij zijn komst een duizendjarig vrederijk zal oprichten volgens Openbaring 20. Zal Ezechiëls tempel met alle maten en details dan worden gebouwd in de gereinigde stad Jeruzalem? Zal de berg waarop Jeruzalem dan gebouwd zal zijn dan letterlijk hoger zijn dan alle bergen? Ik weet het niet. Maar één ding weet ik zeker: het zal mooier zijn dan met mensenwoorden beschreven kan worden. En daarna zal het toch weer nog mooier worden, als het Nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdaalt op een compleet nieuwe aarde.

En ondertussen kan de realiteit van de intimiteit met deze God nu al zo tastbaar zijn. Je hoeft enkel het offer van Jezus te aanvaarden. Ik wil je in het volgende hoofdstuk laten zien hoe verbluffend Paulus daarover schrijft.

Praktische vragen en suggesties

  1. Ik durf het je bijna niet voor te stellen, maar doe het toch maar voor wie echt aangeraakt wil worden door Jahweh.
    Lees eens aandachtig en met gevoel Ezechiël 1-11 en 40-43 helemaal door. Laat het een oefening in ‘emotioneel Bijbellezen’ zijn. Misschien wel je eerste? Probeer je echt in te leven in de beschreven emoties van Ezechiël, en in die van Jahweh. De details over Gods troon zijn indrukwekkend, maar het voelen van het kloppende hart van de profeet en van zijn God is nog veel indrukwekkender. Neem er de tijd voor. Doe het biddend. Heb geduld met de Geest, Hij geeft niet op commando als je begrijpt wat ik bedoel.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.