God openbaart zijn Naam aan Mozes


Dit is een wat lastiger hoofdstuk. Als je het niet goed kunt volgen zou je het eventueel over kunnen slaan.

Als God tijdens Mozes’ gebed antwoord geeft op zijn nieuwe, zeer vergaande, verzoek, legt God uit hoe Hij dat gebed gaat beantwoorden, als Mozes de volgende dag weer de berg op zal gaan. In die korte voorbereiding vat God de identiteit die verborgen ligt in zijn Naam Jahweh kernachtig samen:

‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam Jahweh uitroepen: Ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn.’

Exodus 33:19, NBV, HEER vervangen door Jahweh

De kern van Gods karakter is dus genade en barmhartigheid. Ook hier legt Jahweh veel nadruk op het onverdiende karakter van genade: Hij schenkt genade en barmhartigheid aan wie Hij wil. Het is zijn keuze. Het is nooit verdiend.

Barmhartigheid, ontferming in de NBG, zit dicht tegen genade aan maar legt een ander accent. Barmhartigheid is de vertaling van het Hebreeuwse rahum. Genade van God is geen willekeur of toeval, als God er zo nu en dan eens zin in heeft. De nadruk van rahum ligt op meelevendheid, bereidheid om te vergeven vanwege die meelevendheid. Het wordt in het O.T. uitsluitend voor God gebruikt. Het is een sleutelwoord in de Bijbelse beschrijving van Gods karakter. Genade komt voort uit medeleven van God, uit diepgaande betrokkenheid van God. Het komt rechtstreeks voort uit het hart van God.

Tijdens Mozes’ gebed benadrukte Jahweh dus de kern van zijn karakter zoals dat opgesloten ligt in zijn Naam. Tijdens de uitvoering van dit plan op de berg, de volgende dag, is Gods openbaring van zijn identiteit completer:

Jahweh daalde neer in een wolk, hij kwam naast Mozes staan en riep de naam Jahweh uit. 6 Jahweh ging voor hem langs en riep uit: ‘Jahweh! Jahweh! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7 die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’

Exodus 34:5-7, NBV, HEER vervangen door Jahweh

Gods persoonlijke Naam Jahweh

De meeste Westerse vertalingen kiezen ervoor om de persoonlijke naam van God, Jahweh, weer te geven als HEER met allemaal hoofdletters geschreven dus. Door die hoofdletters kun je zelf gemakkelijk zien waar er in het Hebreeuws Adonai wordt gebruikt, dat is Heer, en waar er Jahweh staat. Deze vertaling met Heer, is gedaan in navolging van de allereerste vertaling van het Hebreeuwse O.T., de Septuagint. Dat is de oude Griekse vertaling, zoals die in de tijd van Jezus, door de Joodse verstrooiing in het Romeinse rijk werd gebruikt.

Wie op de details gaat letten, merkt dat de auteurs van het N.T. het O.T. minstens zo vaak uit de Septuagint als uit het oorspronkelijke Hebreeuws citeren. Het was dan ook voor de auteurs van het N.T. vanzelfsprekend om in het Grieks dat ze schreven, altijd Kurios, Heer, te gebruiken als ze een passage uit het O.T. citeerden waar eigenlijk Jahweh staat.

Niet-westerse Bijbelvertalingen gebruiken verrassend genoeg wel vaak Jehova of Jahweh in het O.T. zoals we zelf in Congo merkten.

Laten we een stap terug doen en nog eens van dichtbij kijken naar de openbaring van de Naam Jahweh aan Mozes bij de brandende braamstruik:

Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ 14 Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.”‘ 15 Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: “Jahweh heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.'”

Exodus 3:13-15, NBV, De HEER vervangen door Jahweh

Ik zou denken dat die laatste zin boekdelen spreekt: ‘met die Naam (Jahweh) wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties’. En toch hebben de Joodse schriftgeleerden na de Babylonische ballingschap de traditie veranderd door tijdens het voorlezen Jahweh te vervangen door Adonai, Heer. Ze deden dat in het bredere kader van hun sterk doorgeschoten ijver om alle denkbare praktische situaties ‘dicht te timmeren’ met extra regels en wetten. De Rabbijnse traditie omschrijft dat streven met: ‘Een hek om de wet plaatsen’. Door de wet van Mozes uit te breiden met duizenden detail toepassingen, wilden de Rabbijnen voorkomen, dat gelovige Joden ooit nog per ongeluk de Wet zouden overtreden. Het vervangen van Jahweh door Adonai had als doel te vermijden dat Gods Naam ijdel gebruikt zou worden. Hoe ze daarbij voor zichzelf in het reine kwamen met de expliciete wens van Jahweh zelf, volgens Exodus 3:15, weet ik niet.

Het Hebreeuws is veel minder gedetailleerd in onder andere de tijden van werkwoorden dan bijvoorbeeld het Grieks. Ook bevatte het oorspronkelijke Hebreeuwse alfabet enkel tekens voor de medeklinkers. De klinkers moest de lezer zelf invullen. Door dit taal technische gebrek aan precisie, zijn er verschillende vertalingen mogelijk van bovenstaand gedeelte. Ter vergelijking vers 14 en 15 volgens de NBG:

Toen zei God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij zei: Aldus zul je tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot jullie gezonden…. Jahweh, de God van jullie vaderen…., heeft mij tot jullie gezonden;

Exodus 3:14, 15, NBG, gemoderniseerd door JS, De HEER vervangen door Jahweh

In feite geeft God zijn Naam drie keer, maar dan steeds compacter.

Ik ben, die Ik ben’ is het meest uitgebreid. Het kan even goed vertaald worden in de toekomstige tijd met ‘Ik zal zijn die Ik zijn zal’. Waarom de NBV het nog spannender maakt door de werkwoord tijden te mengen met elkaar weet ik niet: ‘Ik ben die er zijn zal’. Ik zie die mengvorm niet terug in andere vertalingen. In het Hebreeuws is hier dus sprake van een complete zin, hoewel het wel een heel mysterieuze zin betreft. De zin bestaat in het Hebreeuws maar uit drie woorden:
Ehyeh aser ehyeh. Tweemaal exact hetzelfde woord dus voor ‘Ik ben’ of eventueel ‘Ik zal zijn’, met daartussen het verwijzende ‘die’ of ‘dat’. Zo zie je meteen waarom de NBV variant erg onwaarschijnlijk is. Waarom zou je in één korte zin van drie woorden, tweemaal exact hetzelfde woord op twee verschillende manieren vertalen?

In de volgende zin lezen we: ‘Aldus zul je tot de Israëlieten zeggen: Ehyeh heeft mij tot jullie gezonden.’ In het Hebreeuws dus hetzelfde woord dat tweemaal voorkomt in de eerste zin: ‘Ik ben’ of eventueel ‘Ik zal zijn’.

Ik wil er wel op wijzen dat ‘Ik zal zijn’ iets heel anders betekent dan ‘Ik zal er zijn’ zoals de tweede helft van de vergezochte NBV vertaling suggereert. Dat laatste betekent namelijk een belofte dat de spreker ergens op afspraak aanwezig zal zijn. Het Hebreeuwse ehyeh gaat niet over ‘aanwezig zijn’, maar over de eigen intrinsieke existentie om het maar eens heel deftig te zeggen. Het gaat over de kern van het bestaan zelf.

Je zou kunnen denken dat het enkelvoudige woord ehyeh dus Gods Naam is. Maar dat lijkt niet te kloppen met de vervolgzin, maar ook niet met het ontbreken van persoonsnamen en plaatsnamen met ‘ehyeh’ erin.

God begint dus met de betekenis van zijn Naam, om pas daarna die Naam zelf te geven: Jahweh. Zoals gezegd bevatte het oorspronkelijke Hebreeuwse alfabet enkel tekens voor de medeklinkers: YHWH, of JHWH zo je wilt. De grote vraag is nu welke klinkers daar oorspronkelijk bij hoorden. De veel voorkomende schrijfwijze Jehova klopt in elk geval niet, want dat is een aanvulling van de medeklinkers uit Adonai met de klinkers JHWH, en dan ook nog eens zoals je dat in het Engels zou uitspreken en opschrijven… Taalkundigen zijn het er breed over eens dat de meest waarschijnlijke oorspronkelijke uitspraak zoiets als Jahweh geweest moet zijn. Theologische werken die iedereen te vriend willen houden, schrijven soms kortweg YHWH.

Maar wat is nou het verband tussen Jahweh en Ehyeh aser ehyeh, of het kortere Ehyeh? Volgens R. Alan Cole in zijn Exodus commentaar voor de Tyndale serie, is Jahweh een compacte samenvoeging van Ehyeh aser ehyeh:

Probably ‘Yahweh’ is regarded as a shortening of the whole phrase, and a running together of the clause into one word. The clause certainly contains the necessary vowels, and the consonants come close enough.

R. Alan Cole

Dit alles wordt nog interessanter als we naar Exodus 6 kijken:

God zei tegen Mozes: ‘Ik ben Jahweh. 3 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam Jahweh heb ik niet aan hen bekendgemaakt.

Exodus 6:2 -3, NBV, de HEER vervangen door Jahweh

Zoals ik eerder aangaf, was Mozes kennelijk de eerste mens die aandrong op het kennen van Gods meest persoonlijke naam. Voor de stamvaders was Hij El-sadday.

El is de veel gebruikte afkorting voor Elohim, het gewone woord voor god, of goden. Sadday, of Shaddai is een zeer oud Hebreeuws ‘fossiel’ woord waarvan niemand met zekerheid weet wat het betekende. Vaak vertaald met ‘Almachtige’ (NBG, SV, HSV) of tegenwoordig soms met ‘Ontzagwekkende’ (NBV).

Volgens het Exodus commentaar van R. Alan Cole in de Tyndale serie, is de kans groot dat Sadday een zeer oude goddelijke titel was in Mesopotamië, het gebied waar Abraham vandaan kwam. Taalkundig gezien lijkt het verwant te zijn met het woord voor berg. En dat zou dan weer een verklaring kunnen zijn voor het regelmatige gebruik van rots in beschrijvingen of benamingen van God:

Hij is een rots, hij staat voor recht;
alles wat hij doet is volmaakt.

Deuteronomium 32:4

De grote vraag is nu, waarom we vanaf Genesis 2 al wel de naam Jahweh volop tegenkomen. In verband met Enos staat er zelfs heel expliciet:

In die tijd begon men de naam van Jahweh aan te roepen.

Genesis 4:26, NBV, de HEER vervangen door Jahweh

De simpelste verklaring hiervoor lijkt te zijn dat Genesis geschreven is nadat de Naam Jahweh volledig was ingeburgerd, waarschijnlijk door Mozes. En net zoals wij heel vrij afwisselen tussen diverse namen voor God als we over hem vertellen, lag het voor de hand dat de schrijver van Genesis dat ook deed. Uiteindelijk gaat het om de identiteit van de God die wordt bedoeld, zoals God bij de brandende braamstruik ook aangeeft: Hij maakt dan wel voor het eerst zijn persoonlijke Naam bekend aan Mozes maar Hij identificeert zich nadrukkelijk als ‘De God van jullie vaderen, de God van Abraham, Isaak en Jakob’. En in Exodus 6 maakt Jahweh nogmaals duidelijk dat Hij dezelfde is als de God van de stamvaders. Geen overbodige luxe in een tijd en cultuur waarin men in eindeloos veel goden geloofde, en waarin men veronderstelde dat die goden gebonden waren aan een bepaald territorium.

Het frequente gebruik van afkortingen van de namen van God in persoonsnamen is nog een aanwijzing dat Jahweh inderdaad niet bekend was voor de tijd van Mozes. De meest gebruikte afkortingen van Jahweh in persoonsnamen zijn YAH en YO, waarbij de Y net zo goed als J geschreven kan worden. De enige mogelijke uitzondering hierop is Jochebed, de moeder van Mozes.

Na de tijd van Mozes zien we langzaam maar zeker steeds meer persoonsnamen met YAH of YO erin. Mozes zelf was daarbij trendzetter door de naam van Hosea aan te passen:

Hosea, de zoon van Nun, noemde hij Jozua.

Numeri 13:16

De JO in Jozua is dus een afkorting van Jahweh…

Allemaal interessante weetjes, maar wat betekent ‘Ik ben die Ik ben’ nou eigenlijk precies? Een aantal suggesties ligt voor de hand:

  • De onveranderlijke.
  • Degene die aan niemand verantwoording aflegt.
  • Degene die buiten zichzelf niets of niemand nodig heeft.
  • Degene die aan niemands normen voldoet, maar honderd procent zijn eigen normen bepaalt.
  • En als je je realiseert dat IK BEN tegelijk ook IK ZAL ZIJN betekent, dan zou het De Eeuwige kunnen betekenen, zoals de Fransen God zo graag noemen: L’Éternel.

Persoonlijk denk ik dat God het met opzet open heeft gelaten, zodat iedereen persoonlijk zou ‘proeven’ van zijn Naam om tot de eindconclusie te komen dat het mysterie van zijn Wezen te groot is om met één simpele definitie te omschrijven. Ik denk dan ook dat alle bovenstaande pogingen correct maar nog steeds incompleet zijn.

Het karakter van God

Volgens mij geeft de naam ‘Ik ben die Ik ben’ in elk geval aan, dat God zonder enige rekenschap af te leggen, zelf bepaalt hoe zijn karakter is, en ook dat Hij altijd en eeuwig trouw is, en zal blijven, aan dat karakter. Maar de Naam Jahweh of de beschrijving ervan Ik ben die Ik ben, bevat inhoudelijk geen details over het karakter van God. Juist daarom is Gods openbaring aan Mozes op de berg Sinaï zo belangrijk. Nog voordat het Mozes vergund werd om de majesteit van Jahweh van zo dichtbij  mogelijk te zien, koppelde Jahweh zijn Naam aan een belangrijke karakteromschrijving. Hij doet dat voor het eerst als Hij de tien geboden uitspreekt zodat het hele volk het kan horen:

…want ik, Jahweh, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; 6 maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

Exodus 20:5-6, NBV, de HEER vervangen door Jahweh

Het eerste deel klinkt zo in de NBG vertaling:

…want Ik, Jahweh, uw God, ben een jaloers God, die de ongerechtigheid van de vaderen bezoek aan de kinderen;

Exodus 20:5 NBG, gemoderniseerd door JS, de HERE vervangen door Jahweh, naijverig vervangen door jaloers

‘Ik duld geen andere goden naast mij’, is conform de NBG, heel letterlijk: ‘Ik ben een jaloers God’. Dit is zelfs één van de namen van God:

Want gij zult u niet neerbuigen voor een andere god, immers Jahweh, wiens naam Jaloerse is, is een jaloers God.

Exodus 34:14, NBG, gemoderniseerd door JS, de HEER vervangen door Jahweh, naijverig vervangen door jaloers

Een ‘bijnaam’ van Jahweh is dus ‘Jaloerse’ (Naijverige, in ouderwets Nederlands). De NBV vertaalt met ‘de Afgunstige’, maar laat helaas het expliciete ‘wiens naam is…’ achterwege.

Wij kennen jaloersheid eigenlijk uitsluitend als een negatieve houding en emotie. De tien geboden verbieden ook jaloersheid op andermans bezittingen of vrouw. Maar volgens de Bijbel is jaloersheid wel op z’n plaats als het gaat om de exclusiviteit van je eigen partner. En zo ziet Jahweh het ook wat zijn volk betreft. En zoals met alle collectieve zaken, geldt dat ook voor de relatie tussen Jahweh en elk individu binnen dat volk.

Dit is een belangrijke eerste karaktereigenschap van Jahweh die vele malen wordt herhaald in het O.T. Hij eist exclusieve loyaliteit op. In de mensenwereld nogal ‘bezitterig’. Voor de Schepper van hemel en aarde, en de Maker van al zijn beelddragers, eigenlijk een heel logische eigenschap.

En dan volgen twee eigenschappen van God die altijd hand in hand gaan. Volgens sommigen zouden ze wijzen op een soort schizofrenie in God, twee tegengestelde identiteiten of naturen: zowel liefde als haat. Sommige theologen gaan zo ver dat ze stellen dat de God van het O.T. vooral een wrekend, hardvochtig, haatdragend God zou zijn, terwijl de God van het N.T. een heel ander karakter zou hebben van liefde, zorg, vergeving. Een ‘harde, emotieloze’ God dus tegenover een ‘zachte, lieve’ God.

Deze vroege openbaring van het karakter van God, en de vele herhalingen ervan in het O.T., laten zien dat het idee van twee goden met twee heel verschillende gezichten in O.T. en N.T. de grootste onzin is. Wel is het zo dat Jahweh nadrukkelijk liefde en toorn over zonde combineert in zichzelf. Niet op een wispelturige, onberekenbare manier. Ook niet in de ene periode het ene, en in de andere periode het andere gezicht. De volmaakte heiligheid van Jahweh maakt dat in principe de toorn over onheiligheid en zonde voorop staat. Toorn over beelddragers die Jahweh aan de kant schuiven, geen rekening met hem houden, hem haten. Dat heeft dus alles te maken met de jaloersheid van Jahweh. Daarom wordt dat hier ook het eerste genoemd.

Maar beelddragers die Jahweh liefhebben vinden genade en liefde, het prachtige, diepgaande en rijke Hebreeuwse woord hesed. En dan bedoelt Jahweh met liefhebben veel meer dan een emotie: echte toewijding aan hem, toewijding die zich vertaalt in gehoorzaamheid. Aan deze beelddragers bewijst God zijn hesed. Dat rijke, Hebreeuwse woord kan vertaald worden met goedheid, zorgzame goedheid, vriendelijkheid, genade, trouw. Het is het oud-Nederlandse goedertierenheid. Hoe belangrijk hesed is om Jahweh te kennen en te begrijpen blijkt wel uit Psalm 136, waar Jahwehs ‘hesed tot in eeuwigheid’ zesentwintig keer wordt herhaald! Ook de HSV vertaalt nog steeds met goedertierenheid, waarschijnlijk zodat de lezer dit belangrijke Hebreeuwse woord telkens in de tekst kan herkennen. De NBV vertaalt het woord in Psalm 136 met trouw. Elke Nederlandse vertaling met één enkel woord schiet te kort, daar is de hesed van Jahweh te rijk voor…

Jahweh ‘bezoekt’ de ontrouw van beelddragers tot in het vierde geslacht. Net als de positieve gevolgen voor ‘duizenden’ generaties van beelddragers die hem liefhebben, moeten we deze telwoorden niet letterlijk nemen. Het is allebei Hebreeuwse idioom voor ‘de gevolgen zullen heel lang, over de generaties heen, impact hebben’. En het grote verschil tussen vier en duizend maakt dan duidelijk dat dit ten goede nog veel langer en krachtiger doorwerkt dan ten kwade.

Zonde en schuld ‘bezoeken’ aan latere generaties wordt door de NBV vertaald met ‘boeten voor’. Dat kan een correcte vertaling zijn, maar de grondbetekenis is in overeenstemming met de NBG: ‘bezoeken’, ‘op bezoek gaan’, in het Engels: ‘to visit’. Je zou dus kunnen vertalen met: de zonden van de ouders zullen ‘op bezoek gaan’ bij de kinderen en kleinkinderen. Dan ligt de nadruk niet zozeer op ‘boeten’, maar eerder op ‘de consequenties ondervinden van de zonde van de ouders’.

Hoe moeten we het ‘bezoeken’ van ontrouw en haat aan de kinderen, verklaren in het licht van Ezechiël 18 en Jeremia 31:29,30? Deze profetische passages benadrukken heel duidelijk de individuele verantwoordelijkheid van elk mens. Jeremia benadrukt die individuele verantwoordelijkheid als kenmerk van het nieuwe verbond, in onze tijd dus! Maar Ezechiël past het toe op zijn eigen tijd. De context kan weer veel duidelijkheid bieden. De Israëlische ballingen in Babel, waar Ezechiël woonde, hadden de neiging om de schuld voor hun ellende af te schuiven op hun voorouders. Ze zonken daarmee weg in de apathie van fatalisme. Ezechiël probeert ze wakker te schudden en laat zien dat God uiteindelijk heel persoonlijk oordeelt en veroordeelt. Met twee ‘theoretische test cases’, maakt hij duidelijk dat er ook binnen het leven van een individu, nooit sprake is van ‘een gelopen race’. Nooit: ‘eens verloren, altijd verloren’ en ook nooit ‘eens gered, altijd gered’. Nee, de rechtvaardige kan in zonde vallen en in zonde sterven als hij geen berouw krijgt. En net zo, kan de zondaar altijd tot bekering komen en genade vinden.

De individuele morele verantwoordelijkheid staat dus zowel in het Oude Verbond als in het Nieuwe Verbond als een paal boven water. Maar het Oude Verbond heeft wel een heel sterk collectief aspect dat we niet over het hoofd moeten zien. Dan gaat het om de collectieve zegen en vloek die God zo duidelijk koppelde aan collectieve gehoorzaamheid aan de wet van Mozes in het Oude Verbond. Hierbij gaat het dus niet zozeer om individuele veroordeling voor zonden van de ouders, maar wel om het collectief dragen van de consequenties van collectieve ongehoorzaamheid, zowel die van de ouders, als ook die van de eigen generatie. Uiteindelijk ging het grootste deel van Juda in Babylonische ballingschap, ook gelovige, trouwe mannen zoals Daniël en zijn vrienden en Ezechiël en hun families.

En in zekere zin kun je stellen dat dit voor alle mensen en volken geldt. Zonde heeft altijd consequenties. Ook in het geval van vergeven zonde, blijven de consequenties meestal wel achter. Denk bijvoorbeeld aan de vaak verwoestende gevolgen van drankmisbruik, ook in de karakters en levens van de kinderen, en soms kleinkinderen. Bekering van de oudste generatie zal daar meestal weinig verandering in brengen.

Terug naar het karakter van Jahweh, dat zo verankerd is aan zijn Naam. Jahweh omschrijft zijn identiteit voor het eerst op deze manier bij het geven van de tien geboden in Exodus 20. We vinden een soortgelijke omschrijving verder in Exodus 33:19; 34:7, Numeri 14:18, Deuteronomium 5:9,10 en 7:9-10. De variaties zijn boeiend en betekenisvol. Deuteronomium 7:9-10 gaat bijvoorbeeld extra in op de negatieve kant. Het interessante daar is dat de negatieve gevolgen voor latere generaties niet worden genoemd, maar in plaats daarvan ligt de volledige nadruk op de individuele verantwoordelijkheid en straf voor eigen zonden. Ezechiël en Jeremia waren dus zeker niet de eersten met die boodschap!

Aan de positieve kant vinden we de meeste details tijdens de verschijning op de Sinaï van de majesteit van Jahweh in de vorm van een gedaante, zodat Mozes hem kon zien. Dit is meteen ook de langste uit de hele serie.

Jahweh ging voor hem langs en riep uit: Jahweh! Jahweh! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7 die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’

Exodus 34:6-7, NBV, de HEER vervangen door Jahweh

En in de NBG:

Jahweh ging aan hem voorbij en riep: Jahweh, Jahweh, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, 7 die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar (de schuldige) houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Exodus 34:6-7, NBG, De HERE vervangen door Jahweh

Hier zien we hoe sterk de Naam gekoppeld is aan het karakter van Jahweh. God gaat aan Mozes voorbij terwijl Hij letterlijk meerdere malen zijn eigen Naam uitroept, met direct daarna deze omschrijving van zijn karakter en identiteit.

Deze indrukwekkende declaratie van het karakter van Jahweh verdient een uitgebreide woordstudie van elk woord. Dat voert hier te ver. Ik wil wel opmerken dat hesed hier twee keer voorkomt, zie het tweevoudige ‘goedertierenheid’ in de NBG versie. En de eerste keer wordt hesed nog eens extra uitvergroot: ‘groot in goedertierenheid’. Je zou kunnen vertalen met: Jahweh loopt over van hesed.

Wat mij ook sterk opvalt in deze versie, is het ontbreken van ‘wie mij haten’ aan de negatieve kant. Zelfs ‘de schuldige’ in de NBG staat terecht tussen haakjes: het ontbreekt in de grondtekst. De NBV maakt hiervan: ‘maar niet alles ongestraft laat…’, net alsof God pas gaat straffen als er een bepaalde grens van ernst in de zonde wordt overschreden.

Persoonlijk vertaal ik het negatieve deel in vrije bewoordingen als volgt: ook in het geval van vergeving moet je er rekening mee houden dat elke zonde zonde is, en dat zonde altijd sporen nalaat, ook in het geval van vergeving. Die consequenties van zonde kunnen zeer ernstig zijn, ook voor je nageslacht.

Een belangrijk, gedetailleerd uitgewerkt, Bijbels voorbeeld hiervan, is de zonde van David met Bathseba. De profeet Nathan mocht David, na zijn berouw, Gods vergeving aanzeggen. Maar tegelijkertijd vertelde hij David welke ernstige gevolgen deze zonde op zijn hele huis zou hebben, inderdaad afschuwelijk pijnlijk zichtbaar in vele generaties na David.

Praktische vragen en suggesties

  1. Een van de betekenissen van Ik ben die Ik ben, lijkt te zijn dat God aan niemand rekenschap aflegt en zelf bepaalt hoe zijn karakter is, of we als mens dat nou acceptabel vinden of niet.
    In de korte weergave van zijn karakter tijdens het gebed van Mozes, omschrijft Jahweh zichzelf als: ‘Ik zal genadig zijn wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm’. Jahweh is dus ook geen rekenschap verschuldigd over wie Hij wel of niet genade bewijst.
    Zijn er woorden of daden van Jahweh die jij onacceptabel vindt, bijvoorbeeld in de geschiedenissen van Mozes, of later in het O.T.?
    Zo ja, welke normen hanteer jij dan om Jahweh te beoordelen? Waar komen die normen vandaan?
    Mag Jahweh ‘Ik ben die Ik ben’ zijn voor jou, of heb je liever een gecorrigeerde, gecensureerde versie die beter past bij onze Westerse cultuur?
    Kun je je voorstellen dat elke cultuur de neiging heeft om Jahweh te willen corrigeren en censureren volgens de eigen culturele verwachtingspatronen en normen en waarden?
    Dat soort cultureel bepaalde ‘censuur’ geeft misschien een beter gevoel over God, maar zou het de intimiteit met de onveranderlijke, niet te censureren ‘Ik ben die Ik ben’ al met al ten goede kunnen komen denk je?

  2. Eén van de belangrijke dingen die mij persoonlijk heeft geholpen om intiemer met God om te leren gaan, is een studie van de namen van God tijdens een zendingsretraite in Congo. Sinds die tijd gebruik ik ook regelmatig zijn persoonlijke Naam Jahweh als liefdesuiting in mijn persoonlijke gebeden. Dat is zo ongebruikelijk dat ik het enkel doe tijdens privé gebed.

    Wat vind je van de suggestie om dat ook te gaan doen? Het ligt helemaal in lijn met Exodus 3:15: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.’
    Als ik hem Jahweh noem, vind ik het fijn om me Mozes voor te stellen bij de brandende braamstruik, de eerste openbaring van deze Naam.

  3. Ik schreef eerder over het belang van liefdestaal en lofprijzing in je intieme omgang met God. Het is goed om dan ook over een rijke woordenschat te beschikken om het karakter van Jahweh te onderschrijven in je gebeden. Welke woorden gebruik jij daarbij?
    In privé gebed kan het zinvol zijn om ook theologisch belangrijke Hebreeuwse woorden als rahum en hesed te gebruiken in je lofprijzing. Niet om geleerd te doen, maar om nogmaals tot jezelf door te laten dringen dat die kerneigenschappen van Gods karakter te rijk zijn om met één enkel Nederlands woord te vertalen. Het ligt dan wel voor de hand om rustig de rijke variatie aan betekenissen van die kernbegrippen in gedachten de revue te laten passeren.
    Zo kun je ook in gebed profiteren van Bijbelse woordstudies die je doet. Het gaat nooit om kennis vanwege de kennis… Het gaat in dit geval om verrijking en verdieping van je liefdestaal voor de Vader.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.