Hoe echt is echt?

In dit hoofdstuk wil ik een begin maken met het nadenken over het mysterie van de Menswording. Dat is zo’n belangrijk onderwerp met zoveel praktische consequenties, dat één hoofdstuk niet voldoende zal zijn. Je zult vanzelf merken waarom dit belangrijk is voor het onderwerp ‘intiem met God’.

De Menswording

Een mysterie is per definitie niet met het verstand te begrijpen en dus erg lastig voor ons. Maar je zou kunnen zeggen dat de Menswording van Christus een mysterie in het kwadraat is, omdat het volledig verweven is met het mysterie van de Drie-eenheid. Zeg maar: twee mysteries over elkaar heen. Zie daar nog maar eens uit te komen. Grote verwarring is dan ook het gevolg.

Eén Persoon, die zowel God als mens is, lijkt zo onmogelijk, dat we direct de neiging hebben om op één of andere manier af te doen aan het één of het ander. Vandaar de titel van dit hoofdstuk. Voor de één de vraag: hoe echt is het God-zijn van Jezus? En voor de ander: hoe echt is het menszijn van Jezus? Hoe echt is echt op beide fronten?

Een korte zinvolle samenvatting van de Menswording:

‘Jezus is altijd God geweest en gebleven. Op enig moment in de tijd werd Hij volwaardig en echt mens, maar met behoud van zijn God-zijn. Het enige verschil ten opzichte van andere mensen is, dat hij de gevallen natuur niet deelt. Volmaakt mens dus zoals God het bedoeld had en zoals God Adam en Eva schiep: volledig naar zijn beeld en gelijkenis.’

Kort samengevat: echt, echt God en echt, echt mens.

Toen de Zoon mens werd, verliet Hij dus niet de Drie-éénheid. En daarmee kreeg je vanaf het begin de theologische ruzie over wat Hij nou eigenlijk was: God of Mens? Vanaf het begin was er de gevaarlijke invloed van theologen die beweerden, dat Jezus onmogelijk echt God kon zijn als Hij echt mens was. Hun conclusie was dat Hij in elk geval niet God kon zijn. Misschien een soort supermens, half engel, half mens? Allerlei speculaties, maar in elk geval: niet volwaardig God. Deze conclusie werd getrokken op basis van logisch argumenteren binnen het Griekse denkkader. Het Wachttoren genootschap (Jehova’s Getuigen) zit nog steeds in dat kamp. Het probleem is natuurlijk, dat je nou juist niet logisch kunt argumenteren als het over een mysterie gaat…

Maar een andere belangrijke aanleiding om te concluderen dat Jezus niet ook God kan zijn, zijn de uitspraken van Jezus zelf, waarin Hij zich ondergeschikt opstelt ten opzichte van de Vader. 

‘De Vader is meer dan Ik’

 Johannes 14:28

en:

‘…dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft.’

Johannes 8:28

In alles volledige onderwerping aan de Vader dus. De redenering is simpel: hoe kan God zich nou aan God onderwerpen? En als Jezus zelf zegt dat Hij van zichzelf niets weet en niets kan zonder de Vader, dan kan Hij zelf toch niet echt God zijn?

Om een lang verhaal kort te maken: de vroege kerk werd al snel geteisterd door invloedrijke dwaalleraars, die het God-zijn van Christus ontkenden. Daar werd gelukkig ook tegengas aan gegeven en in onze tijd is de slinger sterk de andere kant opgegaan. Als resultaat benadrukken we nu vooral het Godgelijk-zijn van Christus. Vaak wordt het echte menszijn enkel vermeld met betrekking tot de periode, dat Jezus op aarde was. Maar zelfs voor die periode kom je veel uitspraken tegen als: ‘Hij kon al die wonderen doen omdat Hij God was’, ‘Hij kon de marteling en de kruisdood aan omdat Hij God was’. We knabbelen met dat soort ideeën aan de echtheid van het menszijn van Jezus. En we slaan meteen al de plank behoorlijk mis! Echt, echt menszijn wil zeggen dat Jezus handelde in alles als een echt mens. Schrik niet: inclusief de beperkte mogelijkheden van een echt mens. Elk wonder dat Hij deed werd verricht in afhankelijkheid van de Vader. Illustratief daarvan is zijn publiekelijke gebed vlak voordat Hij Lazarus opwekte uit het graf:

‘Vader, ik dank u dat u mij hebt verhoord. 42 U verhoort mij altijd, dat weet ik, maar ik zeg dit ter wille van al die mensen hier, opdat ze zullen geloven dat u mij gezonden hebt.’

Johannes 11:41-42

Jezus geeft dus zelf expliciet aan, dat Hij altijd de Vader vroeg om het wonder te verrichten. Hij deed het nooit uit ‘eigen kracht’! Maar als we zeggen, dat Hij zijn wonderen niet kon doen uit eigen kracht knabbelen we dan niet gevaarlijk aan de echtheid van zijn God-zijn? Dat zijn nou precies de onmogelijke vragen, die de combinatie van zowel echt God als echt mens voor ons kleine verstand oproepen. Hoe echt is echt? Naar beide kanten toe.

Veel gelovigen hebben dus een te beperkt idee van de ‘echtheid’ van Jezus’ menszijn tijdens zijn bediening op aarde. En velen denken bovendien dat Jezus na de hemelvaart zijn menszijn helemaal achter zich liet of zoiets, hoewel daar eigenlijk zelden tot nooit iets concreets over wordt gezegd. Het wordt eerder intuïtief aangenomen. En ook die veronderstelling klopt niet met de Bijbelse informatie die er wel degelijk is over dit onderwerp. Zo schrijft Paulus bijvoorbeeld:

Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus

1 Timotheüs 2:5

De meest bijzondere uitspraak van Paulus in dit opzicht vind ik in zijn evangelisatietoespraak in Athene. Zijn evangelisatieaanpak is compleet anders dan de onze vandaag de dag. Zodra we in een gesprek Jezus introduceren, hebben we het meteen over zijn offer aan het kruis en benadrukken we ogenblikkelijk dat Hij God is. Paulus rept in zijn introductie van het Evangelie niet over het kruis noch over het God-zijn van Jezus. Integendeel:

‘God slaat echter geen acht op de tijd waarin men hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, 31 want hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft hij geleverd door hem uit de dood te doen opstaan.’

Handelingen 17:30-31

Paulus noemt Jezus niet eens bij naam, maar omschrijft Hem simpelweg als ‘een man’! Paulus begint dus ook in zijn evangelisatiestrategie met het menszijn van Jezus. De dag, dat Christus terugkomt om alle mensen te oordelen zal Hij dat doen als ‘man’, dus nog steeds als mens! Jezus’ opstandingslichaam was geen goddelijk lichaam, want dat bestaat niet. Het was het soort lichaam dat wij ook zullen ontvangen na onze opstanding, benadrukt het N.T. op vier plaatsen. Lees maar na in 1 Korinthe 15, een heel hoofdstuk over ons opstandingslichaam. Jezus legde noch zijn menszijn noch zijn opstandingslichaam af bij de hemelvaart. De mens Jezus Christus met zijn verheerlijkte opstandingslichaam is door de Vader verhoogd tot de allerhoogste plaats en eer: Hij zit nu aan de rechterhand van de Vader, waar Hij onder andere voor ons pleit. En Hij kan dat pleiten zo volmaakt doen omdat Hij vanuit zijn nog steeds voortdurende menszijn onze zwakheden uit ervaring kent (Hebreeën 4:15). Hij is zo honderd procent echt mens dat Hij de gehoorzaamheid ook moest leren door het lijden heen, lezen we daar ook (Hebreeën 5:8). Een echter mens dan dat kan niet, zou ik zeggen.

Het doel van de Menswording

We weten dat Christus mens werd om de straf voor onze zonden te dragen. Maar het is minstens zo belangrijk om te beseffen dat een ander doel van de menswording was om ons voor te leven hoe de Vader wil dat een mens zou leven. En dat dus niet vanuit zijn goddelijke kracht, maar juist door zich in alles volmaakt afhankelijk van de Vader op te stellen, precies zoals God dat van elk mens verwacht.

En zo vinden we minstens drie redenen, waarom inzicht in het echte en blijvende menszijn van Christus zo belangrijk is, als je nadenkt over een intieme relatie met God:

  1. Hij vertegenwoordigt mij bij de Vader, Hij bemiddelt voor mij bij de Vader als ‘ervaringsdeskundige’ met echte verleiding. Hij staat in alle opzichten echt naast mij omdat hij mijn zwakheden kent en begrijpt vanuit zijn eigen ervaring. Wat een inspirerende basis voor een echte intieme relatie!

  2. Hij heeft als echt mens voorgeleefd wat het betekent om in alles afhankelijk te zijn van de Vader. Echt menszijn, zoals God het bedoelde. Wat een perfect rolmodel voor ons dus, als we aandachtig kijken en luisteren naar hoe Hij omging met de Vader. Proeven van de intimiteit die Hij had in zijn omgang met de Vader. Dat is het onderwerp van een later hoofdstuk.

  3. We mogen en moeten onderscheid maken tussen de Vader en de Zoon als we betekenisvol en intiem met God willen leren communiceren. Ze staan naast elkaar en zijn twee duidelijk onderscheiden Personen, waarvan de Zoon ook nog eens echt mens is. Zoals Jezus het na zijn opstanding tegen Maria zei: ‘Mijn Vader en uw Vader, mijn God en uw God’.

Ter afronding van deze praktische bespreking van de mysteries van de Drie-eenheid en de Menswording is het nuttig om te zien hoe Paulus hier al tastend menselijke woorden voor probeert te zoeken onder leiding van de Geest:

Hij (Christus) die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. 8 En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Filippenzen 2:6-11

Als je verschillende vertalingen – liefst in verschillende talen – van dit schitterende gedeelte met elkaar vergelijkt, zie je forse verschillen in woordkeuze. Het is een heel lastige vertaling. Je zou kunnen zeggen dat ook de Geest moeite heeft om geschikte menselijke woorden te vinden voor dit grote mysterie. En dat is ook logisch, omdat ons verstand, en dus ook onze woorden, te kort schieten om dit te begrijpen en te verwoorden. De Geest moet zich nu eenmaal beperken tot onze beperkte communicatiemogelijkheden…

Ik probeer het zelf zo onder woorden te brengen: Jezus was God en bleef bij zijn menswording God, maar legde zijn goddelijke almacht vrijwillig naast zich neer toen Hij mens werd. Sindsdien leeft, spreekt en handelt Hij als volmaakt mens in gehoorzaamheid aan de Vader en in volmaakte afhankelijkheid van de Vader. Om dat menszijn echt te laten zijn, maakt Hij als mens nooit en in niets gebruik van zijn goddelijke almacht.

Misschien moeten we die laatste zin sinds de hemelvaart wat afzwakken: Hij maakt als mens nooit zonder overleg met de Vader gebruik van zijn goddelijke almacht.

Kijkend naar Jezus zien we dus in eerste instantie zijn volmaakte menszijn, al weten we in ons achterhoofd dat zijn gelijk-zijn aan God niet is opgehouden. Dat is hoe Paulus en de auteur van de Hebreeënbrief over Hem schrijven. En dat is hoe wij Hem moeten benaderen als we intiem in relatie tot Hem willen staan.

Praktische vragen en suggesties

  1. Leg nog eens met je eigen woorden uit hoe kennis van de Menswording om drie redenen belangrijk is voor het versterken van je intimiteit met God.

  2. Filippenzen 2:6-11 is een prachtig gedeelte voor meditatief Bijbellezen. Print het desnoods uit in verschillende vertalingen en zo mogelijk ook in verschillende talen. Lees en herlees langzaam en biddend met de vraag aan God om de boodschap echt te laten doordringen tot je hart. Hoe meer het door gaat dringen in je hart, des te meer lofprijzing er opstijgt uit je hart…

  3. Neem bij je meditatie over Filippenzen 2:6-11 op een gegeven moment ook de grotere context van het hoofdstuk mee. Je zult merken dat Paulus dit stuk theologie niet bespreekt vanwege de theologische kennis, maar met een heel praktisch doel.
    • Wat is Paulus’ doel hier?

    • Hoe benadrukt dat doel de echtheid van Jezus’ menszijn nog extra?

  4. Voor je dit hoofdstuk las, wat was jouw idee over het menszijn van Christus na zijn opstanding? En hoe denk je daar nu over?

  5. Wat is je persoonlijke reactie op mijn beweringen over de echtheid van Jezus’ menszijn in dit hoofdstuk?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.