Mozes op de proef gesteld

Ik heb met mijn vrouw tijdens een vakantie de Sinaï berg ’s nachts mogen beklimmen. Hoewel ‘beklimmen’ vandaag de dag niet zo’n goede uitdrukking is. Er is een eindeloze stenen trap aangelegd tot aan de top. Elke nacht trekt er een lange stoet toeristen en pelgrims naar boven. Je start na middernacht, en het doel is om zonsopgang mee te maken vanaf de top van de berg. Stel je voor: overal om je heen, prachtige kale rode bergen, belicht door de, net zo rode, gloed van de pas opkomende woestijnzon. Absoluut betoverend! Hoe dan ook, we hebben urenlang geklommen. In het begin straalt het gesteente nog volop de heftige warmte uit, die het overdag opving van de woestijnzon. Je bent al snel doorweekt van het zweet. Tegen het eind van de beklimming is die warmte weg, en je bent nog wel kletsnat. Je komt dus doodmoe, en rillend van de kou boven, tenzij je een winterjas mee had, in navolging van de toeristische aanbevelingen. Maar ja, wie neemt er nou een winterjas mee voor een vakantie in de woestijn? Gelukkig zijn daar de vele slimme Egyptische kooplieden die je graag willen verwennen met dekenverhuur en warme chocolademelk en een kameel voor de terugweg als je niet meer kunt.

Mozes moet heel wat keren de Sinaï hebben beklommen. Hij had ondanks zijn tachtig jaar, ongetwijfeld honderd keer meer conditie dan wij, vanwege zijn herdersbestaan. Maar toch, ook voor hem moet het een forse fysieke uitdaging zijn geweest om zo vaak na elkaar op en neer te klimmen. 

Ook na de verbondssluiting met Aaron en zijn zonen en de zeventig oudsten, lezen we over de nodige bewegingen. Zie Exodus 24:12-18. Het wordt me eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk hoe één en ander nou precies is verlopen. De indrukwekkende verbondssluiting vond in elk geval niet op de top van de berg plaats volgens de inleiding in Exodus 24:1,2. En ik krijg de indruk dat de oudsten na de verbondssluiting weer teruggingen naar het tentenkamp. Mozes blijft alleen met zijn persoonlijke assistent, Jozua, achter op de berg. Ze bestegen de berg, maar kennelijk niet helemaal tot aan de top. Zes dagen lang was Gods aanwezigheid op de berg een indrukwekkend visueel spektakel. We lezen nog steeds over de donkere wolk in 24:18. Maar tijdens die zes dagen, of mogelijk enkel op de laatste dag, was Gods aanwezigheid op de top van de berg, voor iedereen zichtbaar als een verterend vuur:

Terwijl Mozes de berg op ging, werd deze overdekt door een wolk: 16 de majesteit van de HEER rustte op de Sinai. Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk. 17 En terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend vuur op de top van de berg, 18 ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder omhoog. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.

Exodus 24:15-18

Nog heftiger in de NBG vertaling:

De verschijning van de heerlijkheid des HEREN was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israëlieten.

Exodus 24:17, NBG

De donkere wolk was al angstaanjagend genoeg om veilig op afstand te blijven. Maar een laaiend vuur is duidelijk helemaal niet een plek waar je het er levend vanaf zult brengen. Het is dan ook niet voor niets dat we van de zeventig oudsten expliciet lazen dat ze het er, kennelijk tegen ieders verwachting in, levend vanaf brachten. Nogmaals: allemaal indringende signalen over de serieusheid van Gods volmaakte heiligheid, en van het feit dat geen mens, van zichzelf, direct contact met die heiligheid kan overleven, vanwege het persoonlijke gebrek aan heiligheid, zoals dat elk mens aankleeft.

Het meest bijzondere van dit verhaal is misschien wel dat we niets lezen over angst van Mozes om die heiligheid binnen te treden. Er staat heel simpeltjes: hij ging de wolk binnen en klom verder omhoog. Mozes had inmiddels al heel wat rechtstreekse contacten met God achter de rug. Hij wist dat God hem toeliet in zijn heiligheid. Laten we aannemen dat de angst daardoor weg was, ondanks het aanhoudende angstaanjagende spektakel op de berg. Prachtig hoe we dat mogen vergelijken met onze eigen toegang tot God de Vader: inderdaad, geheel zonder angst. In plaats daarvan juist met een hart vol liefde en dankbaarheid.

Maar toch, ik kan me voorstellen dat Mozes al klimmend naar die top met dat verterende vuur, vol ontzag en verwondering was en bleef, dat hem dit zomaar werd vergund. En dat zijn emoties die ik bij mezelf nog te vaak mis, eerlijk gezegd. Ze zijn er wel in mijn beleving, maar meestal pas als ik de moeite en tijd neem om opnieuw expliciet het bloed van Christus over mijn leven af te roepen. Maar daar wil ik het in een later hoofdstuk over hebben.

In mijn huidige ervaringen met de emotioneel doorleefde, intieme omgang met God, stel ik elke keer verbaasd vast dat de tijd dan vliegt. Ik verkeer in een levensfase waarin ik me dat kan permitteren, en daar ben ik erg dankbaar voor. Ik realiseer me dat dat lang niet voor iedereen is weggelegd om praktische redenen. Hoe dan ook: Mozes en Jozua bleven maar liefst veertig dagen midden in dat verterende vuur, aan het hart van God. We lezen dat Mozes zowel de eerste als de tweede keer dat hij stenen platen ontving, veertig dagen geen brood at en geen water dronk.

Veertig dagen niet eten is heel zwaar, maar door velen fysiek wel op te brengen. Maar veertig dagen niet drinken is menselijkerwijs onmogelijk. We moeten ons dus goed realiseren dat er hier duidelijk sprake is van een wonderbaarlijk samenzijn met God, en dus niet van een voorbeeld tot letterlijke navolging door zeer vrome lieden… Ik schrijf daar later meer over.

Mozes ontvangt tijdens die veertig dagen, naast extra wetgeving, uitgebreide uitleg over de tabernakel, de voorwerpen erin, de priesterdienst en de offerdienst. Alles moest gemaakt worden volgens de modellen die God ervan toonde, Exodus 25:9. Het is voor mij niet duidelijk of Mozes op de berg in een soort ‘virtuele werkelijkheid’ enkel modellen zag van de te fabriceren voorwerpen, of dat hij ook inzicht kreeg in de geestelijke, hemelse werkelijkheid die ze representeren. Dit laatste wordt mogelijk gesuggereerd door Hebreeën 8:5,6.

Hoe dan ook, we weten met welke kater deze veertig intense dagen in Gods aanwezigheid afliepen: het gouden kalf. De teleurstelling van Mozes over die zonde was zo groot, dat hij de stenen platen met de tien geboden stuk gooit aan de voet van de berg. Maar voordat Mozes afdaalt, heeft God hem al ingelicht over het drama dat zich daar voltrok. En dan, midden in dat deprimerende nieuws, wordt Mozes zwaar op de proef gesteld door God:

De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10 Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’

Exodus 32:9-10

De verleiding is sterk cultureel bepaald, waardoor je hem misschien niet eens aanvoelt. De voortzetting van ‘je naam’ door je erfgenamen, op het erfdeel dat jij trouw verder uitbouwt tijdens je leven, was de centrale drive en focus van elke man in de cultuur waarin Mozes leefde. Dat was het normale geval. Maar al die erfgenamen, waren samen erfgenaam van de grote stamvader, in dit geval Abraham. Door trouw hun eigen erfdeel te bewaken, verder uit te bouwen en door te geven aan het nageslacht, diende elke Israëliet dus in feite een groter gezamenlijk doel: het erfdeel van stamvader Abraham.

En je kunt je dan misschien voorstellen wat een ontzaglijke eer het was om zo’n illustere stamvader als Abraham, Isaak of Jakob te mogen zijn. God biedt Mozes hier de kans om uit de schaduw van stamvaders Abraham, Isaak en Jakob te treden, en zelf zo’n stamvader te worden: een soort complete reset van het hele plan van God.

Het is moeilijk om te begrijpen wat God hier eigenlijk aan het doen is. Hij lijkt in te willen gaan tegen zijn eigen belofte van eeuwige trouw aan Abraham. Was het een test om vast te stellen wat er ten diepste in het hart van Mozes omgaat: eigen eer en prestige, of oprechte trouw aan zijn stamvader en de beloftes die God aan die stamvader had gegeven?

Deze test is net zo onbegrijpelijk en moeilijk als de grote test die Abraham kreeg toen God hem opdroeg zijn eigen zoon te offeren. En verbazingwekkend genoeg zien we hier hoe Mozes net zo resoluut en zonder nadenken, reageert op zijn test. Hij wil er niets van weten, en gaat serieus in discussie met God om Hem tot andere gedachten te brengen. Het is net alsof Mozes de HEER moet overtuigen om trouw te blijven! Het lijkt wel de omgekeerde wereld…

Los van het wonderlijke fenomeen van de tests die God soms geeft, wil ik hier vooral nadenken over de toon van het gesprek dat zich nu ontwikkelt:

Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12 Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”‘ 14 Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.

Exodus 32:11-14

In de meer letterlijke NBG klinkt vers 14 behoorlijk anders:

En de HERE kreeg berouw over het kwaad, dat Hij gezegd had zijn volk te zullen aandoen.

Exodus 32:14

Persoonlijk word ik heel erg stil als ik dit lees en tot me laat doordringen… Herinner je hoe Mozes was in het begin van zijn relatie met God? Hij wilde toen vooral voor zichzelf allerlei moeilijke scenario’s veiligstellen. Hij leek weinig medeleven te voelen met zijn volksgenoten in slavernij. Hij was toen zoekend naar Wie die God was die hem aansprak. Het was toen ‘de God van Abraham, Isaak en Jakob’. Nu is het ‘de Heer, zijn God’ geworden, 32:11. Er is duidelijk een hechte verbondenheid ontstaan tussen God en Jahweh! We zien hier hoe Mozes in korte tijd enorm gegroeid is, door zijn herhaalde intieme omgang met God. Ik vind dat je met recht mag stellen dat hij zelfs, op een positieve manier, de rol van God over probeert te nemen. Hij zoekt niet meer zijn eigen veiligheid of belangen. Hij neemt het op een ongekende manier op voor de eer en reputatie van God! De test is zo echt voor Mozes, dat hij zich geroepen voelt God op het rechte pad te houden! Eigenlijk te bizar voor woorden. Ronduit verbluffend vind ik het. Wat een pleitbezorger!

Mozes blijkt, mede door zijn toewijding, zo’n serieuze gesprekspartner voor God te zijn, dat Hij ‘berouw kreeg’ over het kwaad dat Hij het volk had willen aandoen. Het pleidooi van Mozes is net zo verbluffend als de uitwerking ervan op God! Ik schreef al eerder dat het Hebreeuwse woord voor ‘berouw hebben’ twee dingen kan betekenen: 1) spijt hebben over een gemaakte fout, maar ook 2) diepe emoties van verdriet hebben over de gevolgen van een daad, ook als die daad op zichzelf niet verkeerd was. Die tweede betekenis zien we in Genesis als er vlak voor de zondvloed staat dat het God berouwde dat hij de mens had gemaakt vanwege al het kwaad dat hij aanrichtte. En ook hier, in het verhaal van Mozes, is het die tweede betekenis van het ‘berouw’ van God. Gelukkig heeft God in dit geval nog niet de daad bij het woord gevoegd. Maar het komt er dus op neer dat Mozes met zijn pleidooi God zo emotioneel raakt, dat God tot andere gedachten komt. Ik kan hier alleen maar herhalen: bizar, verbluffend, en wat word ik hier stil van. Over de kracht van gebed gesproken…

Ik begon dit boek met de vaststelling dat God ernaar verlangt dat wij emotioneel sterk betrokken zouden zijn bij onze relatie met Hem. En hier zien we dus hoe serieus en vergaand dat voor God zelf is. Ondanks zijn almacht, en volmaakte heiligheid, laat Hij zich emotioneel beïnvloeden door zijn relatie met Mozes, en daarmee door de woorden van Mozes. Voor God zelf is onze relatie met Hem wonderlijk genoeg ook een emotionele zaak. Een echt volwaardige relatie dus, met de bijbehorende wederzijdse emotionele betrokkenheid.

We weten dat de tempel, en alle voorwerpen daarin, dienen als een ‘voorafschaduwing’ van Christus en zijn werk. Maar hier zien we dat Mozes zelf dat ook in ruime mate is. Wat een onwaarschijnlijke geestelijke karaktergroei in zo’n korte tijd. Het kan niet anders, of dit is een gevolg van zijn regelmatige omgang met God.

Hoe zou de kerkelijke wereld eruitzien als alle kerkelijke leiders net zoals Mozes op zeer regelmatige basis echt intensief doorleefd contact met God onderhielden? Wat voor invloed zou dat hebben op de vele gemeentelijke vechtpartijen?

En als daarnaast ook alle reguliere gemeenteleden op regelmatige basis dit soort intiem contact met God onderhielden? Hoe zou de gemeente wereldwijd er dan voorstaan?

Los van het pleitbezorger zijn, en los van de vermaning aan God om trouw te blijven aan zijn eigen beloften, zien we nog iets belangrijks in dit gesprek. Mozes blijkt alle zakelijkheid in zijn relatie met God kwijt te zijn. Hij communiceert nu met God van hart tot hart, zoals je van vrienden en partners zou mogen verwachten. Je ziet ze echt sparren met elkaar, zou je vandaag de dag zeggen.

Voorbede zoals God het bedoeld heeft

Het bizarre van het hele verhaal is dus dat we tegen de dreigende achtergrond van die onbenaderbare ‘God op een berg met donkere wolk en laaiend vuur op de top’, hier een man aantreffen, die zich inmiddels zo thuis voelt bij die volmaakt heilige God, dat hij meent God te moeten beschermen tegen zichzelf. Het bloed van het verbond heeft bij Mozes zelf indrukwekkend zijn werk gedaan: geen afstand meer tot God. Alle angst is weg. In plaats daarvan zien we Mozes in alle vrijmoedigheid volop meedenken met het belang van God. Hier zien we zo mooi hoe ‘bidden voor’ zou moeten werken in de praktijk. Voorbede is belangrijk in ons gebedsleven. Maar echte voorbede is compleet anders dan het regelmatig braaf afwerken van een puntenlijstje met gebedsonderwerpen. Het zou doorleefde communicatie met God moeten zijn. Vanuit diepe persoonlijke betrokkenheid, ‘sparren met God’ om het belang van mensen en omstandigheden, waarvan we weten dat die belangen ook voor God belangrijk zouden moeten zijn. ‘Vader help die broeder of zuster, want U heeft trouw en hulp beloofd. Vader kom tegemoet in die lastige omstandigheid, want uw Zoon is het Hoofd van onze gemeente. In Jezus Naam…’

Ik ben inmiddels voor mezelf tot de conclusie gekomen dat elke voorbede vanuit een onbewogen, emotieloos hart, abnormaal en mogelijk zelfs zinloos is. Voorbede heeft volgens mij enkel zin als het voortkomt uit persoonlijke betrokkenheid. Nooit in de vorm van een lijst petities, maar ingebed in een volwaardig persoonlijk gesprek met onze Vader en onze Oudste Broer. Een gesprek waarin het, in het geval van voorbede, gaat om de belangen van het erfdeel dat we delen met de Vader en met onze Oudste Broer. De Vader heeft mij juist daarvoor geadopteerd: zijn erfdeel is mijn erfdeel geworden. En ik ben mede-erfgenaam van Christus gemaakt met een reden: Christus’ werk is mijn werk. Zijn belangen zijn mijn belangen.

Dat is precies wat we Mozes hier zien doen. Als erfgenaam van Abraham is hij erfgenaam van de God van Abraham. En hij verdedigt dat erfdeel met hart en ziel, zelfs als hij daarmee God tegen moet spreken. Hij vecht voor dat erfdeel, zelfs als God zelf hem een groter eigen belang lijkt voor te houden.

Hoe wonderlijk kan het trainingstraject en de trainingsmethoden van onze adoptief-Vader zijn…

Praktische vragen en suggesties

  1. Hoe thuis voel jij je in praktijk bij de Vader?

  2. Als jij je klaar maakt om ‘op te klimmen naar de top om bij God te zijn’, hoe ervaar jij Gods heiligheid dan?

  3. Welke plaats heeft voorbede in jouw gebedspraktijk?
    Hoe werkt voorbede in praktijk bij jou?

  4. Voorbede vindt ook vaak plaats in gebedskringen. Vaak is voorbede juist de reden van bestaan van gebedskringen.
    Heb je daar ervaring mee?
    Als je deelneemt aan zo’n gebedskring, hoe werkt dat dan in praktijk momenteel?
    Zou je na het lezen van dit hoofdstuk je gebedskring op een andere manier willen inrichten?
    Hoe zou de ideale gebedskring er voor jou uitzien?
    Zie je kans hier met anderen over te praten?

  5. Wat vind je ervan dat God Mozes zo op de proef stelt?
    Zou God dat vandaag ook nog doen met zijn kinderen?
    In het geval van Abraham en Mozes kun je stellen dat hun beproevingen een profetisch doel dienden. Dat lijkt me minder waarschijnlijk in ons geval. Wat zou het nut kunnen zijn als God bij tijd en wijle ons geloof vandaag beproeft?

  6. Overdenk je eigen leven in de afgelopen jaren. Denk je dat er sprake was van geestelijke groei?
    Hoe intens was je omgang met God in die periode? Denk je dat er een verband kan zijn tussen jouw geestelijke groei en de intensiteit van je gebedsleven?

  7. Is er in jouw kerk enige vorm van structureel pastoraat waarbij gelet wordt op geestelijke groei van elke gelovige? Dan bedoel ik dus niet pastoraat in de zin van ‘hulpverlening’.
    Denk je dat een dergelijke zorg goed en nuttig zou zijn, of juist heel eng?

  8. Wat zou Jezus bedoeld hebben toen Hij Petrus de opdrachten gaf: ‘Weid mijn lammeren’, ‘Hoed mijn schapen’ en ‘Weid mijn schapen’? Zie Johannes 21:15-17.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.