Overdrijft Jezus niet een beetje?

We gaan verder met onze overdenking van de brief van Jezus aan de gemeente in Efeze in Openbaring 2.

Schaal van ‘zelf-doen versus overgave’

Is de toon van Jezus in zijn brief aan Efeze niet veel te ‘moeterig’? We mogen toch vooral rusten in de genade en we moeten toch juist leren om afscheid te nemen van al dat moeterige?

Gelovigen verschillen onderling enorm in karakter. De één is sterk gericht op eigen verantwoordelijkheid en daardoor geneigd om dingen actief zelf op te pakken en te proberen zelf zaken te corrigeren in eigen leven.

De ander legt telkens weer de nadruk op genade en ‘overgave’: Gods Geest moet het in ons doen. Vooral geen stress, gewoon dicht bij Jezus leven en dan zorgt de Geest dat alles goed komt.

Er is natuurlijk sprake van een soort schaal tussen bovenstaande twee uitersten. Laten we het de schaal van ‘zelf-doen versus overgave’ noemen. Wie het N.T. met een objectieve, eerlijke bril leest, stelt vast dat beide kanten van deze schaal volop aan bod komen. Het bekendste voorbeeld van de ‘zelf-doen’ kant is waarschijnlijk de Jacobus brief. Luther noemde die brief zelfs een brief van stro die verbrand zou moeten worden. Met andere woorden: hij hoort niet thuis in het N.T. volgens Luther. Gelukkig heeft Luther daar nooit zijn zin in gekregen. En tegelijk mogen we erg dankbaar zijn voor de enorme opwaardering die Luther in zijn prediking en schrijven gaf aan het principe van genade en overgave. Zoals zo vaak: beide uitersten zijn waar en belangrijk. Ze gaan in praktijk hand in hand. Als actie mijn verantwoordelijkheid is volgens Jezus, dan moet ik wel degelijk zelf aan de bak. Maar tegelijkertijd is het zo belangrijk dat ik al werkend continu besef dat ik het op mijn uppie nooit zal rooien. Ik heb al werkend in alles Gods hulp en bijstand nodig!

Maar zeker bij een persoonlijk actieplan voor ‘werken aan de liefde voor Jezus’ voel je vanzelf aan dat het ‘werken’ waar Jezus het over heeft geen kwestie is van ‘ik pak mijn gereedschap en ga eens lekker aan de slag’. Het gaat over het zoeken naar, en doen van, dingen die de doorleefde liefde voor Jezus stimuleren. Het ligt dus niet zomaar voor de hand wat voor soort ‘werken’ dat zouden moeten zijn. Ik hoop je in dit boek veel praktische suggesties aan te reiken van dit soort ‘werken’. Tegelijkertijd weet ik uit eigen ervaring, dat de kans groot is dat je dit leest, het mogelijk allemaal erg mooi vindt, maar er vervolgens toch weinig praktisch mee doet. Als mens hebben we nu eenmaal erg veel moeite met het fundamenteel omgooien van onze manier van doen.

En daar komt die ‘bekering’ waar Jezus het over heeft om de hoek kijken. De Bijbelse term bekering betekent dat een mens inziet en volop erkent dat het roer radicaal om moet. Vervolgens blijft bekering niet steken bij dat inzicht, maar leidt het ook tot een echt andere levenswandel. Dat geldt voor bekering van een zondige levenswandel zoals Zacheüs dat deed, maar ook voor het soort ‘liefdesbekering’ waar Jezus hier over spreekt. Echt doorleefd verdriet en schaamte over de gevoelloosheid in mijn liefde voor Jezus de afgelopen tijd, inclusief erkenning van het verdriet en de teleurstelling die ik de Bruidegom daarmee aandeed. Met daaraan gekoppeld nadenken over structurele wijzigingen die nodig zijn om mijn relatie met Jezus nieuw leven in te blazen. En tot slot ook volhardend die nieuwe weg blijven bewandelen. En uiteraard voortdurend bij al die stappen Gods genade en bijstand afsmeken om ook echt blijvend tot ‘nieuw leven’ te komen.

Zelfdiscipline, gedreven door Gods Geest, zou je het kunnen noemen. En wees gerust: zeker bij het soort ‘werken’ waar Jezus het hier over heeft gelden zijn woorden: ‘Mijn juk is zacht en mijn last is licht’. Werken aan meer doorleefde liefde kan enkel ervaren worden als zacht en licht en heerlijk zou ik zeggen. Maar het vraagt wel om zelfdiscipline en volharding om niet weer in oude patronen te vervallen.

Zo slecht deed de gemeente in Efeze het toch niet?

Terug naar de titel van dit hoofdstuk: ‘Overdrijft Jezus niet een beetje’. Al met al deed de gemeente in Efeze het toch helemaal niet zo slecht? En is Jezus sowieso niet erg streng en kritisch in zijn beoordeling van deze gemeente? Per slot van rekening somt Hij een aantal indrukwekkende positieve punten op in de brief. De gebruikte namen en termen zijn niet allemaal even duidelijk, maar als je de hele brief tot je laat doordringen, dan blijkt dat het in principe om een oerdegelijke gemeente gaat die het intensieve onderwijs dat ze twee jaar lang dagelijks van Paulus ontvingen stevig had vastgehouden, zie Handelingen 19:9 en vervolg. Ze hadden de waarheid dus vastgehouden, maar bovendien bleven ze trouw in een periode van hevige christenvervolging. Johannes, die Openbaring schreef, was niet voor niets door de Romeinen verbannen naar het eiland Patmos. Het doel van het hele boek Openbaring is om op te roepen tot trouw in ernstige vervolging. We weten tot wat voor afschuwelijke vervolging de Romeinen in staat waren. Als je onder dergelijke omstandigheden trouw blijft aan je geloof dan heb je per definitie toch veel liefde voor Jezus, of niet?

Hoe logisch bovenstaande redenering ook klinkt, we moeten toch vaststellen dat Jezus er heel anders over oordeelt. Als we trouw aan de waarheid en trouw in vervolging gelijkstellen aan liefde voor Jezus dan doen we hetzelfde als een man die veertig jaar lang zijn vrouw en kinderen trouw heeft onderhouden en van al het nodige voorzien terwijl hij door alle drukte in zijn leven zijn affectie voor vrouw en kinderen kopje onder heeft laten gaan. Als zijn vrouw na al die tijd bitter vaststelt dat hij haar eigenlijk niet meer ziet staan, dan is de kans groot dat hij verontwaardigd zal zeggen: maar ik heb je toch altijd liefgehad? Ik heb me te pletter gewerkt voor jou en de kinderen, en nu beweer je dat ik jullie niet liefheb?

Voor Jezus zijn kennelijk die diepe emoties van affectie, warmte en genegenheid het allerbelangrijkste. Ze gaan boven trouw aan de waarheid, offers aan tijd en geld voor Zijn Koninkrijk en zelfs boven trouw in ernstige vervolging. Zoals eerder gezegd: Hij is de Bruidegom. Hij verlangt naar een bruid brandend van liefde en genegenheid. Hij vindt dat Hij daar recht op heeft omdat Hij van zijn kant brandt van liefde en genegenheid voor zijn Bruid. Hij heef een afschuwelijke marteldood voor haar overgehad… Een verstandshuwelijk zegt Hem totaal niets. Het is kennelijk echte compromisloze, doorleefde liefde, of niets bij deze Bruidegom.

Overdrijven we het ‘gevoel’ gevoel nou niet gigantisch?

Daar zijn we weer terug bij de bedenkingen die ik eerder opsomde. Overdrijven we gevoel niet enorm? Betrekken we alles niet veel te veel op ons eigen ‘ikje’? Zijn we hiermee niet veel te zweverig bezig? Er zijn toch duizend andere dingen in de wereld eindeloos veel belangrijker dan mijn persoonlijke emoties? En als dat gewoon niet in mijn karakter zit?

Een eerste belangrijk antwoord hierop is even simpel als verrassend: het gaat er niet zozeer om dat IK naar fijne gevoelens verlang. Jezus verlangt naar die gevoelens in mij! Hij heeft daar recht op. Zonder dat, heeft een relatie voor Hem kennelijk weinig waarde.

De consequentie die Jezus verbindt aan zijn beoordeling van de gemeente in Efeze is dan ook snoeihard. Als je die ‘eerste liefde’ laat voor wat het is en geen drastische ‘bekeringsacties’ onderneemt, en denkt dat het allemaal zo’n vaart niet loopt, dan zegt Jezus:

Anders kom ik naar u toe en neem ik, als u geen berouw toont, uw lampenstandaard van zijn plaats.

Openbaring 2:5

Je kunt in Openbaring 1 lezen dat de ‘lampenstandaard’ een beeld is van de plaatselijke gemeente zelf. Met eigen woorden komt het dus hierop neer: als die eerste liefde afwezig blijft, dan is een gemeente voor het Hoofd van de gemeente zo zinloos dat Hij zelf ervoor zal zorgen dat die gemeente ophoudt te bestaan.

Volgens mij mag je dit ook als volgt zeggen: Voor de Bruidegom is een Bruid zonder brandende ‘eerste liefde’ geen optie. Liever geen Bruid en geen huwelijk dan een ‘verstandshuwelijk’ …  Ik zei het al: snoeihard, maar zo liggen de kaarten nu eenmaal voor deze Bruidegom.

Bijbelkennis versus Liefde

Voordat ik de overdenking van deze confronterende brief afrond wil ik nog een opmerking maken over de balans tussen ‘het bewaren en verdedigen van de waarheid’ en echte liefde en affectie voor Jezus. Er lijkt momenteel een trend te zijn om serieus en diepgaand bezig te willen zijn met de Bijbel eerder als negatief dan als positief te beoordelen. Echte Bijbelstudie, waarbij ernaar gestreefd wordt om recht te doen aan de historische en literaire context en het zoeken naar de oorspronkelijke boodschap van de auteur, om vandaaruit na te denken over toepassing in onze tijd, wordt gemakkelijk weggezet als cognitief (verstandelijk) bezig zijn met de Bijbel, waardoor Gods Geest geen ruimte zou krijgen. Werk voor theologen misschien, maar zeker geen prioriteit voor gewone gemeenteleden. En gemakkelijk zelfs schadelijk voor de gemeente omdat er dan onvermijdelijk theologische opinies ter sprake komen die dan weer gemakkelijk tot ruzie kunnen leiden. In elk geval nutteloos in praktisch opzicht, onder andere omdat het niet bij zou dragen aan onze kennis van God.

Op basis van de beoordelingsbrief over de gemeente in Efeze zou ik willen stellen dat Jezus het één en het ander belangrijk vindt. Hij geeft deze gelovigen niet voor niets meerdere complimenten voor hun trouw aan de waarheid. En een stapje terugnemend in de tijd: Paulus nam niet voor niets de moeite om jarenlang dagelijks diepgaand onderwijs te geven aan deze gemeente! Handelingen 19 lijkt niet voor niets de enorme impact van het evangelie in Efeze en omstreken te koppelen aan dat intensieve onderwijs van Paulus. We lezen nergens dat dat onderwijs exclusief voor ‘theologen’ was… Iedereen die wilde, en het mentaal aankon, was ongetwijfeld meer dan welkom bij Paulus.

Wee de gemeente die diepgaand Bijbelonderwijs als onbelangrijk of zelfs onwenselijk beoordeelt. Maar diepgaande kennis van, en trouw aan, de waarheid op zichzelf is niet voldoende! Zonder diep ervaren liefde voor Jezus is het inderdaad nutteloos. We hebben dus het een en het ander dringend nodig! Ik zou zelfs willen stellen dat diepgaande kennis van de waarheid en diepe liefde voor de Bron van die waarheid elkaar nodig hebben en elkaar wederzijds opstuwen. Ruime en diepgaande kennis van Gods Woord zou altijd de liefde voor God moeten stimuleren anders klopt er iets niet in de vorm van het onderwijs. En andersom zal diepgaande liefde en genegenheid voor God onvermijdelijk doen hunkeren naar meer kennis van zijn Woord. Wee de gemeente die niet voorziet in een platform waarop die honger en dorst naar het Woord gestimuleerd en gestild wordt. Het is dus niet het een óf het ander, maar het een én het ander.

Praktische vragen en suggesties

  1. Als je eerlijk bent, hoe reageer jij op de ‘moeterige’ toon in Jezus brief?

  2. Waar zit jouw karakter op de schaal van ‘zelf-doen versus overgave’?

  3. Mocht je zelfreflectie bij het vorige hoofdstuk hebben opgeroepen tot actie (bekering in Jezus’ woorden), hoe gaat je actie dan passen op de schaal van ‘zelf-doen versus overgave’?
    Doet die aanpak recht aan de woorden van Jezus als Hij zegt dat ze ‘hun eerste werken weer moeten gaan doen’?

  4. Heb je al eens een preek meegemaakt met bijvoorbeeld een oproep om meer tijd te besteden aan gebed en/of Bijbellezen? Hoe reageerde je daar toen op?
    Was je van plan er iets mee te gaan doen?
    Kwam er vervolgens ook echt verandering in je leven?
    Zo niet, heb je enig idee waarom niet?

  5. Heb je al enig idee hoe je zou kunnen ‘werken’ aan meer doorleefde liefde voor Jezus?

8 reacties op “Overdrijft Jezus niet een beetje?”

  1. Lucas Boersma

    In de paraphrase of vertaling van Het Boek staat: u houdt niet meer zoveel van Mij als in het begin,
    Inderdaad nu ik het weer lees roept het vragen op die niet makkelijk te beantwoorden zijn vind ik. Johan heeft een scherpe analyse gemaakt met de vraag in relatie tot overdrijving.

    Het schuurt wel van binnen en heb niet een reactie tegelijk

  2. liefde blijft een vrije keuze je vrouw kan toch ook niet eisen dat je ze lief hebt , maar je heb haar lief om dat je dat wil
    En inderdaad spelen er gevoelens mee, gevoelens komen en gaan, toch kan dan de liefde blijven bestaan, als men er voor kiest.

  3. Je zet me aan het denken met je boek maar ik zweef wat jij schrijft en de gedachte wat zegt de bijbel hier over.. Misschien wat meer bijbel gedeeltes laten spreken… ?

  4. Harold Dijkstra

    Over de paradox; lees het Omega Dossier : hetomegaproject.nl
    Jezus’ woorden zijn een oproep, geen bevel. Je kunt je bruid niet dwingen je lief te hebben. Maar Jezus mag wel liefde (in alle mogelijke vormen) verwachten van zijn Gemeente.

    1. Dat ‘dwingen tot liefde’ in de Bijbel blijft inderdaad een hele lastige. Ik zeg daar iets meer over in het hoofdstuk ‘Taal van de liefde – aanbidding’.

    2. Lucas Boersma

      Hallo Harold,
      Jezus mag liefde (in alle mogelijke vormen) verwachten van Zijn kerk of gemeente.
      Liefde is meer dan aardig vinden of leuk vinden, liefde in alle mogelijke vormen vind ik heel veel veel.
      Liefde in een relatie groeit en ontwikkelt zich heel langzaam. Dwingen, moeten gaat niet.
      Mooi wat je noemt van de omega site en wat daarop staat over paradoxen, en dat is voor mij belangrijk geweest met paradoxen en met een 2 componenten kerk.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.