Paulus ervaart Gods heerlijkheid

Ik ga het niet hebben over de bekeringservaring van Paulus. In plaats daarvan wil ik je meenemen naar de Kolossenzen brief. Deze brief werd geschreven als tegengif voor een nieuwe modieuze trend in de Lycusvallei, Klein-Azië, het huidige Turkije.

Het voert te ver om hier alle details over de context te bespreken. Lees deze korte brief zelf maar aandachtig een keer door. Op het eerste gezicht krijg je dan misschien het idee dat Paulus hier strijd voert met zijn bekende traditionele Joodse tegenstanders binnen de gemeente. Maar wie goed op alle details let, ontdekt dat het toch anders ligt. Experts veronderstellen daarom vaak dat het hier een sekte betrof, die mystiek Joodse elementen vermengde met meer heidense elementen.

Het Jodendom kende in de eerste eeuw een sterke mystieke stroming, die zich in de tweede eeuw en later nog extra versterkte toen de Gnostiek tot bloei kwam. Die Joodse mystiek had vaak als ultieme droom het ‘zien van Gods heerlijkheid’, precies zoals Ezechiël dat diverse malen had meegemaakt. Zie voor meer details het vorige hoofdstuk. Er was dus een hunkering naar het zo tastbaar mogelijk ervaren van God in de traditie van Ezechiël. Men dacht dat te kunnen bereiken door allerlei vormen van zelfkastijding: strenge rituelen en extreem vasten. De onmogelijke veertig dagen vasten van Mozes en Elia werden gezien als het ultieme middel, na een jarenlange geestelijke voorbereiding. Men zag de geestelijke wereld als een soort paleis of tempel met zeven verdiepingen. Dit was naar heidens model trouwens. Elke verdieping werd gezien als een aparte ‘hemel’, bewaakt door strenge en gevaarlijke engelbewaarders. Onderdeel van de geestelijke voorbereiding waren mystieke middelen om die engelbewaarders te ‘paaien’. Vandaar waarschijnlijk de ‘engelenverering’ in Kolossenzen 2:18. Het betrof dus waarschijnlijk niet zozeer het vereren van engelen alsof ze een soort god waren, maar eerder een speciaal eerbetoon om hen goed gestemd te krijgen. Het kwam er waarschijnlijk op neer dat de ‘super heros’ uit deze sekte dan, na voldoende rigoureuze voorbereidingen, veertig dagen gingen vasten in de hoop om uiteindelijk in extase te raken. En dan hoopte men in een soort trance ‘op reis’ te gaan langs de zeven hemelen. In elke hemelse ‘verdieping’ moest de engelbewaarder dus meewerken en toestemming verlenen om verder te kunnen stijgen. In de zevende hemel hoopte men dan God in al zijn glorie te ‘zien’, zoals Ezechiël dat had meegemaakt.

Deze lieden zagen zichzelf als super geestelijk en als een soort schatbewaarders van speciale kennis en inzichten die gewone mensen niet hadden. Ze trokken ook rond en vertelden er spannende verhalen over. Voor velen leek het kennelijk erg Bijbels allemaal. Het sprak aan omdat het volledig paste bij de religieuze mode van toen.

En dan komt Paulus met zijn soms wel erg botte bijl…

Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt.

Kolossenzen 2:4

En:

Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus.

Kolossenzen 2:8

En:

Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwe maan en sabbat.
….
18 Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen of zich laten voorstaan op eigen bedenksels.

Kolossenzen 2:16, 18

En:

Waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? 21 ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ – 22 het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. 23 Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.

Kolossenzen 2:20-23

Wat een felle, bijtende woorden: geen greintje respect voor deze modieuze ‘geestelijke’ lieden.

Het is interessant om te zien hoe Paulus als meester communicator zijn woordkeuze aanpast aan het typische religieus-filosofische jargon van dergelijke sekten uit zijn tijd. Hij blijkt hun denkwereld en taaltje goed te kennen. Paulus was duidelijk breed belezen, of misschien was hij ze tijdens zijn eigen evangelisatie regelmatig op de markten tegengekomen, waar ze, net als andere filosofen van die tijd, hun wijsheden stonden te verkondigen. Want ‘aardappelkistjes op de markt’ waren het internet van toen…

In Kolossenzen beschrijft Paulus, tegen deze achtergrond, en gedeeltelijk met de taal van deze dwaalleraars, wat wij hebben ontvangen in Christus. De boodschap kan gemakkelijk langs je heen gaan als je je niet eerst inleeft in het streven van deze lieden. Ze hadden er zo extreem veel voor over om het ultieme doel te bereiken van het ‘zien en ervaren van God’ zoals Ezechiël: allerlei fysieke beperkingen, het ontzeggen van alle plezierige dingen in het leven, eindeloos vasten tot je er desnoods halfdood bij neerviel. Het hoge doel heiligde alle middelen. Het kernidee was dat je moest werken, met bloed, zweet en tranen, als je iets van Gods tegenwoordigheid en glorie van dichtbij wilde meemaken. De inspanning was zo zwaar, dat enkel de allersterkste superheilige misschien een beetje in de buurt kon komen. Maar alleen al de sensatie over het gedroomde einddoel sprak zo aan, dat het kennelijk een breed publiek interesseerde.

Ik ga je niet vermoeien met de Griekse woorden en uitdrukkingen die Paulus uit de stal van dit soort filosofisch-religieuze lieden ontleende. Neem er voor meer details een goed commentaar en Grieks woordenboek bij. In onze Nederlandse vertaling springen de ongewone uitdrukkingen die Paulus in deze brief gebruikt wat minder in het oog.

Daarom bidden wij onophoudelijk voor u, vanaf de dag dat we dat gehoord hebben. We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt. 10 Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien 11 en u zult door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen.

Kolossenzen 1:9-11

Paulus doet hier verslag van zijn voortdurende gebeden voor deze christenen. Het is vooral een gebed om het leren kennen van Gods wil. En daar is ‘wijsheid’ voor nodig. Ja zeker, speciale wijsheid, kennis en inzicht is nodig om Gods wil te doen. Hier gebruikt Paulus dezelfde uitdrukking voor ‘kennis’ als de dwaalleraars. Maar het vergaren van die kennis en dat inzicht is niet afhankelijk van mystieke leraars. Iedereen kan het cadeau krijgen van de Geest. En hoe zit het met die wil van God? Die bestaat uit vrucht dragen: dat is op een nuttige manier ‘goed doen’. Bezig zijn op een manier waarop anderen er baat bij hebben: goede werken dus. En niet eindeloos vooral met jezelf bezig zijn door te focussen op allerlei rituelen en zelfkastijding, in een vruchteloze poging zelf op te klimmen naar God. Focus op een positieve manier op de mensen om je heen, niet op jezelf. En ook dat kan al lastig, frustrerend en inspannend genoeg zijn. Maar dat is juist de context waarbij je ten volle Gods luisterrijke macht en kracht zult ervaren. De essentie van wat God wil bereik je dus niet door vasten en rituelen, maar door goed te doen in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Je schiet niets op met eigen krachtpatserij: je hebt Gods kracht nodig om vol te houden in het goed doen. En daarbij moet je alle tegenstand en frustratie van binnenuit en van buitenaf, blijven verdragen.

Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. 13 Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon,

Kolossenzen 1:12-13

‘Gered uit de macht van de duisternis’ is letterlijk in het Grieks: ‘weggesleurd van de macht van de duisternis’.  Het is dus geen kwestie van op eigen kracht gevaarlijke engelbewaarders op te gaan zoeken om ze te paaien. De Vader zelf heeft ons weggesleurd van alle duistere machten. Hij heeft ons ‘verhuisd’. Sterker nog, Hij heeft ons laten emigreren van het koninkrijk van de duisternis naar het koninkrijk van zijn Zoon. Daar ben je thuis. Daar mag je nu al dagelijks met volle teugen van genieten. Tegelijkertijd weet je ook dat je de confrontatie met de volle majesteit en heerlijkheid van de Vader weldegelijk eens zult meemaken. Je kunt dat niet zelf forceren met allerlei inspanningen. Het ligt als grote zekerheid voor je klaar. Het wacht op je als ‘erfenis in het licht’. Die onuitsprekelijke belevenis is niet exclusief voor een selecte groep super heros. Het is voor alle heiligen. God is je Vader, je weet dan ook dat Hij vanzelfsprekend zijn erfenis met jou deelt, anders zou Hij je Vader niet zijn. Alles wat van hem is, is al van jou want jij bent zijn kind.

En wie is die ‘geliefde Zoon’ dan?

Paulus bezingt Hem, mogelijk met een oud lied uit de ‘Opwekkingsbundel van de eerste gemeente’, maar het laatste stuk is waarschijnlijk van Paulus zelf:

Beeld van God, de onzichtbare, is hij,
eerstgeborene van heel de schepping:
16 in hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door hem en voor hem geschapen.
17 Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.
18 Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.
Oorsprong is hij,
eerstgeborene van de doden,
om in alles de eerste te zijn:
19 in hem heeft heel de volheid willen wonen
20 en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen,
alles op aarde en alles in de hemel,
door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.

Kolossenzen 1:15-20

Wat een prachtig lied is dit! Christus is de ultieme Beelddrager van de onzichtbare God. Wie de onzichtbare God wil zien, moet naar zijn Beeld, Christus, kijken. Hoewel alles in Hem en door Hem werd geschapen is Hij zelf binnengetreden in zijn eigen materiële schepping. Hij is daarmee de belangrijkste van heel de schepping geworden: Eerstgeborene van heel de schepping. Hij is hoog verheven en veel machtiger dan alle machten, krachten en gevaarlijke engelbewakers. Zonder Hem bestonden die niet eens. Al het onmogelijke werk dat gedaan moest worden om gevallen schepselen weer in nauw contact met de volmaakt heilige God te brengen, heeft Hij alleen al gedaan. Als bewijs van die eeuwige overwinning, is Hij Eerstgeborene uit de doden geworden, om ook wat de opstanding uit de dood betreft, de Eerste van alles te worden.

‘In Hem heeft heel de volheid willen wonen’: ik krijg kippenvel van deze zin. ‘Heel de volheid’ is typisch religieus-filosofisch jargon van Paulus’ tegenstanders. ‘Heel de volheid’ is synoniem met ‘God’. Heel de Volheid, alles wat God tot God maakt, is wonderlijk genoeg komen wonen in een Mens van vlees en bloed, een Schepsel, de Eerste van de ganse schepping. Dat is het dubbele mysterie van de Drie-eenheid en van de Menswording in een notendop.

Heel de Volheid heeft, in de Eerstgeborene van de schepping, alles met zich willen verzoenen door het bloed aan het kruis. Hij heeft dat gedaan in Christus, en voor Christus, schrijft Paulus.

Geen mens kan daar nog iets aan toevoegen door wat voor super geestelijke acties dan ook. Geen mens hoeft daar iets aan toe te voegen. Alles is volbracht door de Zoon. Alles is al verzoend, zowel alles op aarde als ook alles in de hemel. Geen heldhaftige geestelijke kruistochten door eindeloze zelfopoffering met rituelen, extreem vasten of wat dan ook.

maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen. 23 Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt

Kolossenzen 1:22-23

We hoeven zelf niets meer ‘schoon te maken’ in de hoop ooit bij God te komen. Christus heeft ons al heilig, zuiver en onberispelijk bij zich gebracht. Wij hoeven maar één ding te doen: blijven geloven, dat is: blijven vertrouwen op zijn werk. Laat je daarbij door niets of niemand van de wijs brengen. Blijf onwankelbaar gefundeerd op de hoop die Christus’ Blijde Boodschap je geschonken heeft.

De dwaalleraars waar Paulus hier over spreekt hebben hun mond vol van mysteries die enkel zij doorgronden en die ze nu met je willen delen. Er is inderdaad sprake van een groot mysterie. Maar dat is een heel ander mysterie dan waar zij het over hebben. En dit mysterie is geen geheim meer. Alle heiligen weten ervan:

Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister.

Kolossenzen 1:27

Wat is het echte mysterie? CHRISTUS IS IN U. Christus, de volmaakte Beelddrager van de onzichtbare God woont al lang in je. Wat wil je nog meer? Hij is je hoop op goddelijke luister. Als je verlangt naar meer van God, naar intiem contact met God, naar het ervaren van zijn glorie, luister en heerlijkheid: je hebt het allemaal al ‘in huis’: zijn goddelijke luister woont al in je.

Dat is mijn focus, dat is de drive van mijn bediening, schrijft Paulus vol vuur. Ik zet alles op alles om dat mysterie zo breed mogelijk bekend te maken. Daarom bemoei ik me met jullie (Paulus kende deze gemeente niet persoonlijk):

Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, 3 in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

Kolossenzen 2:2-3

Alweer dat woordje ‘mysterie’, zo geliefd bij deze mystieke sekte. Merk je hoe Paulus dit belangrijkste punt in de brief herhaalt? Alles wat een mens aan schatten van wijsheid en kennis zou kunnen ontdekken ligt verborgen in één Persoon: dat is Christus. Het mag dan wel een geheimenis (mysterie) zijn, maar het is niet geheim, je hoeft er niets voor te doen. Je kunt er niets voor doen. God heeft het gratis en ruimhartig beschikbaar gesteld in Christus. En die Christus, met al zijn kennis en inzicht, woont in jou als je zijn bloed hebt aanvaard.

En dan de mooiste, meest verbluffende zin uit de hele brief:

Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. 9 Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, 10 en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.

Kolossenzen 2:8-10

Dit is de definitieve doodsteek voor deze dwaalleer. Nogmaals, laat je niet in de war brengen door al hun gebazel. Want ‘Gods Volheid is lichamelijk aanwezig in Christus’. Weer die filosofisch-religieuze term voor God: de Goddelijke Volheid. Alles wat God tot God maakt, al zijn glorie, al zijn heerlijkheid, rijkdom, almacht, het is allemaal lichamelijk in Christus aanwezig. Herinner je je nog mijn uitleg dat Christus zijn menszijn niet heeft afgelegd? Hij is in en met zijn opstandingslichaam naar de hemel gevaren. Hij is nog steeds Mens. Hij zit aan de rechterhand van de Vader, maar sterker nog: God is met al zijn glorie en almacht IN de Mens Christus aanwezig. Inniger contact dan dat met Gods Volheid bestaat er niet.

En dan de ultieme klap op de vuurpijl: als jij één bent met Christus, dan ben jij ook vervuld met die Volheid.

Dit is zo kort, krachtig en verbluffend, dat je er zomaar overheen leest, zonder te beseffen wat hier eigenlijk staat. Mede daarom voor alle zekerheid ook nog even in de NBG vertaling:

want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; 10 en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.

Kolossenzen 2:9-10 NBG

Het is eigenlijk een simpele twee-staps redenering: alles wat God tot God maakt woont in mens Christus. En Christus op zijn beurt woont met al die Volheid in mij. Er is geen sprake van een verwaterde, slappe versie van Gods volheid. Nee, alles wat God tot God maakt woont in Christus en met Christus in mij. In principe heb ik dus in Christus alles ontvangen wat nodig is om net zulk intiem contact met de Vader te hebben als Christus zelf gewend was en gewend is!

Inniger, intiemer contact tussen Vader en Zoon is niet denkbaar dan wat hier wordt uitgedrukt met ‘wonen in’. Inniger en intiemer contact tussen de Vader en mij is dus ook niet denkbaar als die Zoon op zijn beurt in mij woont. Geen enkel ritueel, geen opoffering, nee echt helemaal niets hoeft of kan daaraan worden toegevoegd. Er is niets dat de diepte en rijkdom van deze gemeenschap met de Vader te boven gaat. Je hebt alles wat je zou kunnen begeren in geestelijk opzicht al ontvangen toen je Christus ontving. Leef daar dan ook naar. Ga daar dan ook dagelijks van profiteren. Ga je koesteren in de warmte en het licht dat al in je aanwezig is door de Vader in de Zoon in jou. Stel je simpelweg voor Hem open. Neem tijd en rust voor gemeenschap met Hem.

Paulus gaat verder in Kolossenzen 2:12 en 13 door kort onder andere onze dood en opstanding in Christus in herinnering te brengen. Na nog wat extra dringende waarschuwingen tegen de heersende dwaalleer, pakt hij het thema van onze opstanding in Christus heel verrassend weer op:

Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2 Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3 U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4 En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen.

Kolossenzen 3:1-4

Ter vergelijking de eerste verzen in de iets letterlijkere vertaling van de NBG:

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

Kolossenzen 3:1-2 NBG

In plaats van de rituelen en zelfkastijding van de mystieke dwaalleraars geeft Paulus hier prachtig aan wat onze eigen verantwoordelijkheid is om diepgaand contact met God te kunnen ervaren. Het klinkt zo simpel: we moeten ‘de dingen die boven zijn zoeken’. We moeten zijn daar waar Christus ‘gezeten is’, dat is pal naast God. Nogmaals: Gods volheid is in Christus, Christus is in mij en daardoor is Gods volheid in mij. Als ik nu contact zoek met God dan is de route heel vanzelfsprekend de andere kant op: ik moet Christus opzoeken, zo kom ik bij de Vader, want Hij zit pal naast de Vader, aan zijn rechterhand. Hier zien we weer de ‘poortfunctie’ van Jezus, maar dan op een heel andere manier geformuleerd.

Waarom ervaar ik hier vaak zo weinig van?

Simpele logische woorden van Paulus. En toch is dit mysterie zo groot en zo wonderlijk dat het zo verschrikkelijk moeilijk echt tot ons hart doordringt. En daardoor lijkt dat contact met God in praktijk toch vaak zo onbereikbaar ver weg. Ik vermoed dat het probleem voor een deel voortkomt uit de moeilijkheid om dit grote, onbevattelijke wonder echt te kunnen geloven. Al Gods volheid zou in mij wonen, in mij, klein, zondig mensje? Dat kan toch eigenlijk helemaal niet? Ik zou zonder één enkele inspanning bij wijze van spreken maar een vinger uit hoeven te steken om Hem aan te raken? Dat kan toch niet waar wezen? En toch is het zo eenvoudig. Ik hoef enkel maar de dingen van Christus te ‘zoeken’ om ze te kunnen grijpen. Ik hoef enkel maar de dingen die boven zijn te bedenken en ze zijn van mij.

Je merkt uit alle brieven van Paulus dat deze waarheid voor hem absoluut geen holle theoretische woorden waren, maar een persoonlijk diep doorleefde werkelijkheid. Weet je nog hoe hij in 2 Korinthe 3 schrijft over zijn persoonlijke toepassing van de sluier en het glanzende gezicht van Mozes:

De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu.

2 Korinthe 3:10

In de NBG is ‘luister’: ‘heerlijkheid’. Paulus was er duidelijk sterk van overtuigd, dat zijn rechtstreekse omgang met de Vader, door de Geest, veel heerlijker was dan de bijzondere en spectaculaire, kortstondige ontmoetingen, zoals de Oud Testamentische profeten die hadden met God, als God ze bezocht met een theofanie.

En herinner je je het gebed van Paulus voor de gelovigen in Efeze nog:

Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 …. 16 Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18 Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19 ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Efeze 3:14-19

‘Opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid’ is in de NBG: ‘opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods’. Het Griekse woordje voor ‘volheid’ hier is precies hetzelfde als in Kolossenzen 2 waar Paulus de mystieke uitdrukking ‘de ganse volheid’ gebruikt, als term om God aan te duiden.

Let ook even op de eerste twee vetgedrukte gedeeltes hierboven in Efeze 3:14-19: ‘door zijn Geest’ en ‘door uw geloof’. Het lijkt me vanzelfsprekend dat enkel de Geest in staat is om ons echt in diep doorvoeld en doorleefd contact met Jezus en de Vader te brengen. Maar zie je dat ook ons geloof daarbij onmisbaar is? Paulus schrijft dit aan gelovigen! Ik schreef net dat ik vermoed dat ons probleem om dit intieme contact met God ook echt te ervaren, deels veroorzaakt wordt door een gebrek aan geloof. Paulus lijkt dat hier te bevestigen. Het gaat dan niet om een sterk genoeg geloof om wonderen te verrichten of zo. Het gaat ook niet over het geloof dat nodig is om gered te worden. Het gaat hier over geloof (dat is vertrouwen) dat de basis van het Evangelie echt is wat het pretendeert te zijn: Christus die elke denkbare afstand en barrière tussen mij en God heeft weggebroken, door echt in mij te komen wonen. Geen millimeter afstand meer tussen mij en God. Er is geen enkele voorbereiding nodig om intiem met God te zijn. Ik hoef me er alleen maar voor open te stellen. Hij wil dolgraag…

Mogelijk herken je hier weinig van in je eigen omgang met God. Maar ik kan het inmiddels ook uit eigen ervaring bevestigen, en ik weet zeker dat de Geest het ook in jouw leven kan en wil waarmaken.  

De praktijk in onze situatie

De kans is klein dat wij ooit te maken zullen krijgen met een mystieke sekte zoals Paulus bevocht in Kolossenzen. De hamvraag is natuurlijk in hoeverre wij, misschien heel andere, middelen proberen in te zetten om intieme omgang met God te ‘verwerven’. Of misschien heb je vanuit jouw kerkelijke traditie bepaalde voorwaarden geleerd waar je eerst aan moet voldoen.

Ik moet denken aan de volgende voorbeelden van onbijbelse voorwaarden om intimiteit met God te kunnen ervaren:

  • Ik moet leren om regelmatig te vasten.
  • Ik moet eerst tien procent van mijn inkomen aan God gaan geven.
  • Ik moet eerst in tongen leren spreken.
  • Ik moet me eerst laten dopen.
  • Ik moet eerst voldoende lang bewijzen dat ik serieus ben door alle zonde na te laten.
  • Ik moet me eerst meer voor Gods koninkrijk inzetten door meer gemeentewerk of ander goed werk te verrichten.
  • Ik moet eerst leren om mijn geloof meer met anderen te delen.
  • Ik moet eerst een bepaalde hobby, sport of gewoonte opgeven om te laten zien dat God de hoogste prioriteit in mijn leven heeft.

Het is eigenlijk heel simpel: volgens de Bijbel zijn er maar twee voorwaarden om intiem contact met God te ervaren:

  • Bekering en wedergeboorte.

  • Belijden van zonden telkens als die zich voorgedaan hebben.

Dat laatste punt van onbeleden zonden is uiteraard een gemakkelijk voorkomende oorzaak van gebrek aan intimiteit. Ik ga er in het volgende hoofdstuk dieper op in.

Praktische vragen en suggesties

  1. Herken je sommige van de genoemde onbijbelse voorwaarden in je eigen denken?

  2. Kun je de genoemde lijst met onbijbelse voorwaarden aanvullen met dingen die in je eigen denken spelen, of die je bij anderen hebt meegemaakt?

  3. Onbeleden zonden zijn gegarandeerd een grote belemmering voor intiem contact met God. Het lastige van dit onderwerp is dat zonde allerlei verborgen vormen aan kan nemen. Zo kan een intensief beoefende hobby of sport prioriteit krijgen boven God. En alles wat de plaats van God inneemt is per definitie zonde. De lastige vraag is natuurlijk: waar ligt de grens?
    Onderzoek je antwoord op de vorige vraag nog eens om te zien in hoeverre er mogelijk sprake is van zaken die op het grensvlak met zonde liggen.  

  4. In dit hoofdstuk wijs ik erop dat we in praktijk grote moeite kunnen hebben om te geloven dat God, met al zijn volheid, door Christus echt in ons aanwezig is. Die moeite is op zich niet vreemd, want het lijkt extreem onmogelijk, gezien Gods grootheid en heiligheid en onze eigen beperktheid in alle opzichten. Nu kan er in praktijk een groot verschil zijn tussen het ‘theoretische geloof’ dat we aanhangen en wat we in emotioneel opzicht echt ervaren als de werkelijkheid. Met ‘theoretisch geloof’ bedoel ik de dingen die we geleerd hebben, en die we ook zijn gaan belijden. Zeker in de evangelische geloofstraditie, wordt veel nadruk gelegd op de inwoning van God door zijn Geest.
    Hoe lastig dit ook is, probeer toch eens bij jezelf te peilen in hoeverre je ‘theoretische geloof’ in de inwoning van God, in overeenstemming is met wat je op emotioneel vlak ziet als de echte werkelijkheid over je leven. Neem vooral rustig de tijd voor deze vraag…

  5. Ik denk dat er in praktijk sprake is van een groeiproces om ons ‘theoretisch geloof’ te laten indalen naar ons hart, zodat het ook op emotioneel vlak steeds meer met onze ervaring van de geestelijke werkelijkheid overeen gaat komen. Volgens mij beschrijft Paulus precies dat proces in Efeze 3:14-19. Lees mijn uitleg daarover aan het eind van dit hoofdstuk nog eens. Kun je je vinden in mijn uitleg? Waar bevind jij je in praktijk in dat proces?

  6. Wat betekent het volgende in Kolossenzen 3:1,2 voor jou persoonlijk:
    ’Zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God. Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.’

    Hoe uit zich dit in de praktijk van je leven?
  7. Zet alle genoemde citaten uit Kolossenzen eens onder elkaar en print dat. Lees dit hoofdstuk dan net zolang opnieuw door totdat je het gevoel hebt echt grip te hebben op de uitleg.
    Gebruik nu je bloemlezing van de brief op papier om biddend en al lezend en herlezend deze rijke gedachten van Paulus steeds dieper tot je hart door te laten dringen. Neem ook hier weer ruim de tijd voor, liefst meerdere dagen na elkaar.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.