Resonantie

Ik vergelijk wederkerige liefde graag met het natuurkundige verschijnsel van resonantie. Met ‘wederkerige liefde’ bedoel ik dan liefde met ‘tweerichtingsverkeer’. Resonantie ontstaat als voorwerpen elkaar wederzijds in trilling brengen en die trilling versterken. Alle niet-elektronische muziekinstrumenten werken bijvoorbeeld op basis van resonantie. Elk soort instrument heeft zijn eigen mechanisme, waarmee die resonantie ontstaat. Bij een strijkinstrument, als een viool bijvoorbeeld, brengt de strijkstok een snaar in trilling door er overheen te strijken. Die snaar brengt het bovenblad van de viool in resonantie door de trilling van de snaar door te geven via de kam. En dan is er nog het kleine ‘geheime wapen’ van de viool: de stapel. Dat is een dun onooglijk stokje in de viool dat simpelweg geklemd zit tussen bovenblad en onderblad. Je kunt het zien als je door de openingen in het bovenblad naar binnen kijkt. Het zit pal onder de kam. Die stapel zorgt ervoor dat de trillingen van het bovenblad worden doorgegeven aan het onderblad, waardoor ze samen gaan trillen. Als de stapel bijvoorbeeld ontbreekt of scheef staat, dan werkt de viool simpelweg niet. Dan is het een dood stuk hout omdat de trillingen van bovenblad en onderblad elkaar niet meer kunnen bereiken.

Liefdesresonantie

Liefdesresonantie ontstaat ook door verschillende mechanismen. De ene persoon wordt op allerlei onverklaarbare manieren ‘in trilling gebracht’ door de ander. En als de liefde opbloeit, dan gaat die resonantie ook de andere kant op werken. Net als bij muziekinstrumenten zijn er allerlei subtiele mechanismen, die de resonantie telkens opnieuw tot stand brengen: een aanraking, de kleur van de ogen of haar, de vorm van het lichaam, de warmte of geur van het lichaam van de ander, een zacht fluisterende stem, die olijke kuiltjes in de wangen en vul zelf maar aan.

God heeft ons niet voor niets een lichaam gegeven. Veel van deze resonantiemechanismen van de liefde werken via het lichaam. Het gaat dus om veel meer dan enkel de hormonen.

Resoneren op Gods liefde

God van zijn kant is wonderlijk genoeg diep verliefd op de mens. Hij had er zelfs zijn Zoon voor over. Het probleem zit aan onze kant: we komen zo moeilijk in resonantie als antwoord op de liefde, die we van God ontvangen. We hebben in elk geval te maken met het probleem van de emotionele restschade door de zondeval, waar ik eerder over schreef.

Maar ook het gebrek aan lichamelijk contact met God speelt ons parten. Lichamelijk contact kan ook niet, want God heeft geen lichaam. Hij staat in principe boven zijn materiele schepping. We zien Hem niet, horen Hem meestal niet letterlijk, kunnen Hem niet aanraken. Allemaal heel logisch, maar het speelt ons wel parten in de beleving van onze liefde voor God, juist omdat we die resonantiemechanismen via het lichaam zo gewend zijn in de menselijke liefde.

Nu reikt de Bijbel ons verschillende manieren aan om toch tot liefdesresonantie te komen als antwoord op de onvoorstelbare liefde, die van God naar ons uitgaat. Sommige daarvan zijn heel klein en simpel maar onmisbaar, zoals dat simpele stokje in een viool dat de stapel heet. Hoe onzichtbaar ook, als het omvalt, is de viool meteen zo dood als een pier, hoe die violist ook zwoegt met de strijkstok.

Ik wil in dit boek een aantal van die resonantiemechanismen, die God ons in de Bijbel aanreikt, met je bespreken. In het vorige hoofdstuk bespraken we al de eerste en meteen de belangrijkste: gebed, waarin we de Heilige Geest concreet uitnodigen om ons hart ‘in trilling’ te brengen als reactie op de onvoorstelbaar grote en mooie dingen die God voor ons gedaan heeft. Of zoals Paulus het noemt: licht in de ogen van ons hart…
Maar Paulus is nog lang niet klaar met zijn gebed om resonantie in het hart van de Efeziërs.

Volstromen met Gods volkomenheid

Eigenlijk is Paulus’ lofprijzing over de vele rijke cadeaus die we door Christus ontvingen nog niet af aan het eind van Efeze 1. Paulus gaat verder in 2:1 tot en met 3:13. Hij verbaast zich in dit gedeelte steeds opnieuw over de manier waarop God het onbegrip en de vijandschap tussen Jood en heiden beëindigd heeft aan het kruis. Lees dit bijzondere stuk zelf weer rustig een paar keer door.

Let op hoe Paulus in alle drie deze hoofdstukken de aanspreekvorm regelmatig wijzigt van ‘wij’ en ‘ons’ (de Joodse Christenen) naar ‘u’ (de niet-Joodse Christenen die veruit in de meerderheid waren in Efeze) en weer terug. God heeft in Christus beiden tot ‘één nieuwe mens gemaakt’ (2:14, 15). Een nieuw soort mens die onbelemmerd toegang heeft tot de Vader en waarbij ras, geslacht en afkomst geen enkele rol speelt (2:18):

Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16 en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Efeze 2:14-18

Na deze tweede lofzang op de algemene vrije toegang voor alle mensen tot de Vader gaat Paulus weer bidden. Hij bidt tot de Vader maar vraagt Hem om zijn Geest krachtig aan het werk te zetten:

Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16 Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18 Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19 ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Efeze 3:14-19

Als er één Bijbelgedeelte over het thema van dit boek gaat, dan is het dit wel. Het gebed van Paulus eind Efeze 1 sloot al zo mooi aan bij ons onderwerp (zie het vorige hoofdstuk). Daar bad Paulus dat we God ‘recht zouden kennen’, doordat de Heilige Geest de ogen van ons hart zou verlichten. Het ‘recht kennen van God’ is een Grieks woord voor ‘ervaringskennis’ van God. Het gaat dus om kennis van God door Hem en zijn werking heel persoonlijk te hebben meegemaakt in je hart en leven. Je zou kunnen zeggen dat die emotionele ervaring door resonantie je hart in trilling brengt als antwoord op zijn liefde. Het grote verschil tussen Paulus’ gebed in Efeze 1 en bovenstaand gebed in Efeze 3 is de accentverschuiving van resonantie over de daden van God naar de Persoon van God.

De daden van God: in Efeze 1 bidt Paulus, dat ons hart vol mag stromen van verwondering en dankbaarheid over de manier, waarop hij ons als slaaf heeft vrijgekocht en daarna geadopteerd heeft met als doel zijn onmetelijke erfdeel met ons te delen. Hij bidt daar concreet, dat de ogen van ons hart open zouden gaan voor de hoop, die gewekt wordt door het ontvangen van die erfenis. Dat is liefdesresonantie in ons hart ‘zodat gij weet welke hoop zijn roeping wekt, en hoe rijk de heerlijkheid is van zijn erfenis bij de heiligen’ (NBG). Dit gaat over diepe emoties. De focus van die emoties ligt op de toekomst, wanneer het delen in dat onvoorstelbare erfdeel honderd procent werkelijkheid zal zijn.

Maar in Efeze 3 ligt het accent op de persoon van God. Nu draait alles om liefdesresonantie vanwege de Persoon van God zelf. En de liefde van en voor de Vader en de Zoon gaan daarbij gelijk op. Mag ik je bij de hand nemen en je, deels met eigen woorden, stap voor stap door dat heerlijke gebed heen leiden? De nummers verwijzen naar de verzen van Efeze 3. Lees alsjeblieft mee in je Bijbel.

Ook hier weer een gebed gericht aan de Vader (14), met de verwachting dat de Geest de gevraagde acties zal uitvoeren (16).

Het lijkt een algemeen verzoek te zijn om innerlijke kracht: ‘Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken’. Kracht misschien om als gelovige te volharden in een wereld vol tegenstand? Ik denk niet dat het Paulus hier gaat om die algemene innerlijke kracht. Het soort kracht, waar Paulus hier om vraagt, heeft namelijk het volgende opmerkelijke resultaat (let op het woordje zodat):

zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde…

Wat een verrassend gebed is dit! Paulus schrijft aan een zeer volwassen gemeente, waar het al jaren juist heel erg goed ging. (zie 1:15-17). Maar hij gebruikt woorden die eerder bij een evangelisatie-setting lijken te passen. Het is net alsof hij hoopt en bidt dat Jezus nu eindelijk eens in hun hart kan gaan wonen. Paulus bedoelt hier met deze uitdrukking duidelijk geen bekering, maar een groeiproces, waarbij Jezus zich volkomen thuis gaat voelen in alle kamers en schuilhoekjes van mijn ‘hart’. Het gaat om diep ervaren emotionele verbondenheid met Christus. Het gaat om het opbloeien van de liefde tussen Christus en mij, zoals blijkt uit de tweede helft van de zin: ‘geworteld en gegrondvest in de liefde’. Een boom grijpt zich met zijn wortels vast aan alles wat het tegenkomt in de bodem. De wortels wikkelen zich langzaam en gestaag om alles heen wat maar houvast kan bieden. Dieper en dieper, hechter en hechter tot de boom staat als een huis en zelfs door windkracht 12 niet omvergeblazen kan worden. En wat zijn dan die ‘dingen in de bodem die houvast bieden’ aan deze boom? DE LIEFDE. Wat een schitterend beeld! Het bekende beeld van ‘Jezus woont in mijn hart’ vloeit bij Paulus moeiteloos over in het beeld van een boom, die zich door de jaren heen steeds dieper en steviger vasthecht aan de liefde van Christus. Waar Paulus om bidt is groeiende intimiteit met Jezus. Zoals huisgenoten geen geheimen hebben voor elkaar en lief en leed delen met elkaar, zo mogen we emotioneel volledig verweven raken met Jezus, die in het huis van ons hart woont.

Belangrijk en bemoedigend is, dat Paulus het nadrukkelijk als een groeiproces beschrijft: het wortelen van een boom kost jaren. Mis je na al die jaren intimiteit met Jezus? Bidt dit gebed dan met Paulus mee, maar weet dat het niet in één klap verhoord kan worden door de Geest. Het is een groeiproces.

Nu sla ik bewust een stukje over om de kern van de volgende zin helder te krijgen. Het overgeslagen stuk bespreek ik in het volgende hoofdstuk:

Dan zult u … de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19 ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat.

Efeze 3:18, 19

Ik kan onmogelijk het onderwerp van dit boek mooier onder woorden brengen dan hiermee! Paulus geeft hier zo mooi aan dat het om een beweging ‘van het hoofd naar het hart’ gaat. Wie het hoofd (kennis) wil overslaan of uitschakelen is dwaas – vergeef me de uitdrukking. Kennis met het hoofd is namelijk altijd het startpunt: weten wie God is, wat Hij gedaan heeft enz. Maar die belangrijke kennis met het hoofd is niet het eindpunt of einddoel! Kennis van het karakter en de werken van God veroorzaakt liefdesresonantie, die de kennis met het hoofd ver te boven gaat.  Kennis met het hoofd is als die stapel in een viool, dat onooglijke stokje tussen bovenblad en onderblad. Het is één van de onmisbare resonantiemechanismen, waardoor die viool tot leven komt en jubelend gaat zingen van blijdschap. Het gaat niet om die stapel, de meeste mensen weten niet eens dat die bestaat, de violist weet ervan, maar staat er eigenlijk nooit echt bij stil, totdat die stapel een keer losraakt… Het is simpel zat: zonder stapel geen jubelende viool! Die stapel op zich heeft geen betekenis of waarde. Maar zonder die simpele stapel is de kostbare viool waardeloos. Zo is het met de kennis van God en zijn werken. Veel serieuze aandacht voor Gods Woord (kennis van het Woord) wakkert de liefdesresonantie met Hem aan en verdiept het keer op keer weer. Hoe prachtig verwoordt Paulus die intimiteit: we mogen steeds beter ‘de lengte, breedte, hoogte en diepte begrijpen’. Het kan bijna niet anders of Paulus bedoelt hier met ‘begrijpen’ zoiets als aanvoelen, ervaren: emotioneel een heel klein beetje grip krijgen op de onmetelijke rijkdom van Jezus’ liefde.

Paulus vraagt de Geest dus om krachtig in ons hart en onze geest te werken, zodat we gaandeweg zo vertrouwd raken met de intieme omgang met Christus, dat zijn mateloze liefde, ondanks al onze emotionele blokkades, meer en meer tot ons door gaat dringen. Dat we toch gaan begrijpen; lees: gaan voelen en ervaren hoe veelomvattend die liefde is. Dat is dus weer volop ervaringskennis: kennis door het meegemaakt te hebben.

Maar de zin is nog niet af. Paulus voegt toe: ‘opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid’ (19).

Dit deel van de zin raakt me enorm diep. Gods volkomenheid in mijn kleine wezentje met al zijn tekortkomingen? Dat kan toch helemaal niet? En toch blijkt dat te kunnen volgens Paulus. Dat kan alleen maar een wonder genoemd worden. En dan niet zomaar een beetje, maar we mogen ‘volstromen’ met Gods volkomenheid… Wat een onvoorstelbare genade!

Nog een belangrijke conclusie: je zou kunnen zeggen dat Christus als Persoon ook weer een resonantiemechanisme is, hoe oneerbiedig dat ook klinkt! Als ons hart gaat resoneren door de Persoon, het werk en de intimiteit met Jezus, dan is het eindresultaat, dat we ‘volstromen met Gods volkomenheid’. Ik zal je in een later hoofdstuk laten zien, dat Paulus in zijn normale taalgebruik met kortweg ‘God’ meestal de Vader bedoelt, net zoals hij met kortweg ‘de Heer’ meestal Jezus Christus bedoelt.  Wat Paulus hier dus eigenlijk bidt, is dat we door liefdesresonantie met Jezus en in Jezus en door Jezus tot een nog vollere resonantie met de Vader komen. Weet je nog hoe Jezus het zei: ‘Ik ben de weg… niemand komt tot de Vader dan door Mij’?

Praktische vragen en suggesties

  1. Lees dit hoofdstuk meerdere keren door met de Bijbel ernaast, totdat je een goed beeld hebt van de hoofdlijnen van wat Paulus schrijft in Efeze 2 en 3.
  2. Wat betekent het voor jou dat ‘Jezus in je hart woont’?
    En wat bedoelt Paulus ermee in dit gedeelte?
  3. Gebruik nu het gebed van Paulus in Efeze 3:14-19 voor een oefening in meditatief Bijbellezen. Neem hier rustig de tijd voor en splits dit Bijbelgedeelte desnoods op in kleinere stukken en lees en herlees elk stuk in gebed. Vraag de Geest om hulp, zodat de betekenis gaandeweg ook emotioneel tot je door gaat dringen.
    Wat altijd goed helpt om meer grip te krijgen op lange bloemrijke Bijbelse zinnen, is om eerst de zin zoveel mogelijk ‘uit te kleden’. Je zou dus op papier eerst elke zin zo beknopt mogelijk uit kunnen schrijven. Je laat dan alle bloemrijke toevoegingen even weg om helder te krijgen wat de kerngedachte van de zin eigenlijk is.
  4. Ken je persoonlijk de ervaring dat je volstroomt met Gods volkomenheid?
    Wat moet jij daarvoor doen volgens Paulus?
    Hoe belangrijk vind je dit?
    Hoe wil jij hier persoonlijk mee omgaan vanaf nu?
  5. Mocht dit gebed van Paulus je nou vrij onmogelijk lijken, wat kun je dan leren van Efeze 3:20?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.