Wie wil Mozes’ gebedstent gebruiken?

Nieuw pleidooi van Mozes

Als de toorn van Mozes over het gouden kalf is uitgeraasd, en hij zo goed mogelijk schoon schip heeft gemaakt, gaat hij weer de berg op met de volgende belofte aan het volk:

De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg op gaan; misschien kan ik de HEER ertoe bewegen u uw zonden niet aan te rekenen.’

Exodus 32:30

In de NBG:

…misschien zal ik voor uw zonde verzoening bewerken.

Mozes krijgt meer en meer vrijmoedigheid in zijn omgang met God. Hij heeft gezien hoe serieus God omging met zijn pleidooi om het volk niet te vernietigen. Maar hij snapt ook wel dat daarmee de kous nog niet af is. Er is een zeer zware collectieve zonde gepleegd. Het kalf is vernietigd en er is een strafexpeditie geweest. Maar er moet meer gebeuren: er is verzoening nodig, dat wil zeggen uitwissing van de schuld en herstel van de relatie. Daar gaat Mozes nu dus voor pleiten. Hij doet dat met inzet van eigen leven. Maar helaas, deze keer laat God zich niet zomaar verbidden:

Hierop keerde hij terug naar de HEER. ‘Ach HEER,’ zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. 32 Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt u dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat u geschreven hebt.’ 33 De HEER antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen mij gezondigd heeft, schrap ik uit mijn boek. 34 Breng het volk nu naar de plaats die ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’
35 De HEER strafte het volk, omdat ze het kalf hadden gemaakt, het beeld dat Aäron gegoten had.

Exodus 32:31-35

Deze keer gaat God dus niet mee met Mozes’ pleidooi. Hij is kennelijk niet overtuigd van het berouw van het volk. En zonder berouw geen vergeving… God belooft enkel uitstel van executie, en geeft aan niet meer persoonlijk mee te willen trekken. Dit kun je wel het definitieve einde van de honeymoon in de woestijn noemen!

God herhaalt de opdracht om zonder Hem het beloofde land in te nemen:

Ik zal een engel voor je uit sturen en ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’ 4 Toen het volk deze onheilstijding hoorde, ging het in de rouw; niemand deed sieraden om. 5 De HEER had Mozes namelijk opgedragen tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou ik je al doden. Doe daarom je sieraden af, dan zal ik besluiten wat ik met jullie zal doen.’ 6 Vanaf de dag dat ze de Horeb verlieten, droegen de Israëlieten daarom geen sieraden.

Exodus 33:2-6

Gelukkig ziet niet alleen Mozes in dat het niets kan worden zonder Gods persoonlijke tegenwoordigheid en steun. Ook het volk ziet de ernst daarvan in en toont berouw door definitief alle sieraden die ze mee hadden gekregen van de Egyptenaren af te leggen.

Waarom wilde God die sieraden niet meer zien? Ik vermoed dat we hier weer met het probleem van de welvaart te maken hebben waar ik eerder over schreef in hoofdstuk De woestijn. Ze hadden volgens het plan van God zelf, enorm veel gouden en zilveren sieraden gevraagd en gekregen van de Egyptenaren. In feite als beloning voor hun eeuwenlange slavernij. Maar het was juist door die overvloed aan goud dat ze op het idee van het gouden kalf waren gekomen! ‘We zijn zo rijk aan goud, we kunnen makkelijk onze eigen god maken.’

God had een heel andere bestemming voor al dat goud en zilver: het zou volop van pas komen bij het maken van de tabernakel en de heilige voorwerpen daarin. In die fase zou iedereen het weer vrijwillig terug mogen geven aan God. En dat gebeurde gelukkig ook ruimhartig.

De ontmoetingstent: toegang tot God voor ieder die wil

Nu lijkt er een soort patstelling bereikt te zijn. Mozes en het volk durven niet verder te trekken zonder God zelf. Zijn belofte om een engel mee te sturen vindt iedereen onder de maat. Ze betonen berouw, maar zal dat overtuigend genoeg zijn voor God? God laat ze voorlopig even in hun sop gaarkoken. En Mozes handelt zoals elk wijs mens omgaat met een heel heikel hangijzer in een intieme relatie: niet forceren, even af laten koelen, om er later op terug te komen. In plaats van te proberen de boel te forceren en God te dwingen zelf mee te gaan, doet hij iets verrassends. Hij creëert een platform waardoor iedereen die wil, in net zo’n relatie als hij kan treden met God:

Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op die hij de ontmoetingstent noemde. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. 8 Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. 9 Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes. 10 Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. 11 De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.

Exodus 33:7-11

Iedereen die wilde, kon terecht in wat Mozes noemt ‘de ontmoetingstent’. Wat een prachtige benaming is dat! Voor Mozes was gebed synoniem met een ontmoeting met God. Voor alle duidelijkheid: dit is nog niet de tabernakel; die moest nog gebouwd worden.

De NBV vertaalt in vers 7: ‘Ieder die de HEER wilde raadplegen’.

Dit is in de NBG: ‘Ieder, die de HERE zocht’.

De basisbetekenis van het Hebreeuwse woord baqas is zoeken. Dat kan heel letterlijk het zoeken van een verloren of gestolen voorwerp, dier of persoon zijn. Maar voor mensen en goden betekent het vaak: ‘toegang zoeken tot die persoon of god’. Zo lezen we in verband met de roem van koning Salomo:

De gehele aarde verlangde Salomo te zien…

1 Koningen 10:24

Letterlijk staat er in het Hebreeuws: ‘De gehele aarde zocht Salomo’.

En in verband met het zoeken van God:

Ik ga terug naar de plaats waar ik woon, totdat ze voor hun daden geboet hebben en mij weer gaan zoeken.

Hosea 5:15

De NBG vertaalt dit weer letterlijker en beeldrijker:

…totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken

Hosea 5:15, NBG

Baqas, zoeken, op deze manier kan meerdere redenen hebben: hulp zoeken, raad zoeken, maar in het geval van Salomo wilde ‘heel de aarde’ hem gewoon ‘meemaken’, bij hem zijn vanwege zijn internationale roem.

De nieuwe ontmoetingstent van Mozes was dus bedoeld om rust en concentratie en afzondering te vinden om in contact met Jahweh te treden, om wat voor reden dan ook. Om zijn aangezicht te zoeken.

Het staat er niet, maar ik denk dat Mozes hiermee het hart van God wilde verzachten als Hij zag dat velen gebruik gingen maken van deze nieuwe vrije toegang tot God. Maar ik ben bang dat die vlieger niet echt opging. We lezen nergens dat het volk hier ook dankbaar op inging. Enkel Mozes en Jozua worden genoemd. Misschien waren er meer, laten we het hopen. Maar waarschijnlijk beperkte het gros van de Israëlieten hun persoonlijke verering van Jahweh, tot het neerbuigen voor God telkens als Mozes in de ontmoetingstent was. Dan daalde de wolkkolom namelijk neer op de tent. Ze bogen zich dan neer bij de ingang van hun eigen tent. Ook dat was een mooi gebaar. Het was een teken van respect voor God en erkenning van zijn autoriteit. Maar het was niet hetzelfde als het persoonlijk ontmoeten van Jahweh.

Dit detail roept een belangrijke praktische vraag op voor vandaag. In hoeverre lijken wij op het volk Israël in deze kritische fase van hun woestijnreis? Hebben ook wij misschien wel het nodige respect en erkenning van God, maar zonder noemenswaardig tijd te nemen voor een ontmoeting met God? En dat terwijl wij een nog veel directere toegang tot de Vader hebben dan de Israëlieten in deze gebedstent van Mozes. Maar goed, daar gaat dit hele boek dus eigenlijk over.

Verliefd op God

We zien bij Mozes iets moois: hij is zo gehecht geraakt aan zijn ontmoetingen met Jahweh, dat hij er maar geen genoeg van kan krijgen. Gezien de eerdere hoofdstukken in dit boek, kun je me vast volgen als ik dit pure verliefdheid op God noem. Laten we eens naar de details kijken die gegeven worden over deze relatie tussen Mozes en Jahweh:

De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt.

Exodus 33:11

Een keurige, maar nogal saaie en vlakke vertaling van het Hebreeuws. Laten we eens naar de NBG kijken:

En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend;

Exodus 33:11, NBG

‘Van aangezicht tot aangezicht’ is de letterlijke vertaling. In het Engels: ‘face to face’. En ja, dat is beeldtaal, want God heeft geen lichaam en dus ook geen gezicht. De NBV vertaling ‘De HEER sprak persoonlijk met Mozes’, dekt heel netjes de betekenis van deze beeldspraak. Maar de Bijbel gebruikt niet voor niets beeldspraak! Beeldspraak spreekt tot de verbeelding… Beeldspraak helpt ons om ons echt met gevoel in te leven in de situatie. Beeldspraak is zo rijk en zo belangrijk, we moeten het zo nodig wel uitleggen, maar zeker niet wegpoetsen. Voor Mozes was het bijna alsof God tastbaar aanwezig was bij hem in die tent. En daardoor had hij telkens een echt gesprek, een echte ontmoeting van hart tot hart.

En dan ‘zoals een mens met een ander mens spreekt’, dat in de NBG, maar ook in alle andere vertalingen die ik raadpleegde, vertaald wordt met: ‘zoals iemand spreekt met zijn vriend’.

Ook hier weer een wereld van verschil in expressiviteit en levendigheid tussen NBV en NBG. Taal technisch gezien heeft de NBV gelijk. Het Hebreeuwse woord, dat in bijna alle vertalingen wordt weergegeven met ‘vriend’, betekent letterlijk ‘een ander mens’. Het is ‘de tegenhanger’ in om het even wat voor soort menselijke relatie, zonder dat het iets zegt over het soort relatie. Het wordt heel breed gebruikt voor ‘de ander’: in liefdesrelaties, vriendschapsrelaties, maar ook in vijandschapsrelaties… De context moet telkens uitwijzen wat voor soort relatie het betreft. De reden dat de meeste vertalingen kiezen voor het woord ‘vriend’ is juist de context waarin gesproken wordt over een vertrouwelijke, ‘face to face’ relatie tussen Mozes en God.

We zien zo’n prachtige ontwikkeling in Mozes’ relatie met God. Het begon erg zakelijk en redelijk wantrouwend tijdens zijn roeping. Dan zien we hoe Mozes volop naast God gaat staan om Gods belangen te behartigen. Laat me even teruggrijpen naar het beeld van de vrijgekochte slaaf die geadopteerd werd door de eigenaar van een wereldwijd zakenimperium, met als doel om medeverantwoordelijkheid te gaan dragen voor zijn erfdeel. Als Mozes Gods wetten en bouwplannen voor de tabernakel ontvangt, en als hij daarna voor het volk gaat pleiten, zodat God het niet zal vernietigen, dan zien we hoe Mozes als kersverse erfgenaam en medeverantwoordelijke, proactief meedenkt met de belangen van zijn Adoptievader. In feite ook weer enigszins ‘zakelijk’, maar nu met een zeer hoge mate van persoonlijke betrokkenheid.
En nu groeit Mozes’ relatie uit tot diepe persoonlijke vriendschap en liefde voor Jahweh.

Eigenlijk zien we bij Mozes in het O.T. zo’n schitterend voorbeeld van hoe de relatie van elke Nieuw- testamentische gelovige zich zou moeten ontwikkelen na het vrijkopen van slavernij en de adoptie door de Hemelse Vader. In het N.T. zou deze groei geen uitzondering maar regel moeten zijn. Juist daarvoor is de Heilige Geest aan alle gelovigen geschonken. Hij begint dit groeiproces zelf door vanuit ons hart ‘Abba, Abba’ te gaan roepen. De bedoeling is dat we schoorvoetend met de Geest mee gaan roepen: ‘Papa, Papa’. Onze nieuwe Vader gaat ons dan door de Geest inwijden in de belangen van zijn erfdeel, zodat we steeds meer verantwoordelijkheden op ons kunnen gaan nemen in de zaken van dat erfdeel. Maar tijdens dat inwijdingsproces is het grootste doel en de ultieme wens van de Vader, dat we Hem steeds meer gaan zien en ervaren als Vriend met wie we dus een echte emotionele band mogen opbouwen, net als Mozes. En tja, alle beelden hebben hun beperkingen. Het is een beetje raar om over te stappen van vriendschap met je nieuwe Adoptie-Vader naar verliefdheid op Hem… Maar dat is wat er hier duidelijk gebeurt met Mozes. En in net zo’n ruime mate met Jozua trouwens.

Jozua

Jozua was de personal assistant van Mozes. Je zou dus verwachten dat hij voortdurend met Mozes op zou trekken, en samen met hem heen en weer zou wandelen naar de ontmoetingstent. Maar verrassend genoeg lezen we :

Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.

Exodus 33:11

Ook hier word ik heel stil van als ik erover nadenk. Jozua was nog jong. Jonge mensen hebben de neiging om veel beweging en reuring nodig te hebben. Optrekken met vrienden, nieuwe dingen ontdekken. Ze kunnen vaak moeilijk stilzitten. Ze houden in doorsnee niet van ‘saai’. Maar Jozua was anders. Ik neem aan dat hij in overleg met Mozes ervoor koos om voortdurend in de ontmoetingstent te blijven. Sliep hij er mogelijk ook? Het zou zomaar kunnen. Misschien was het deels praktisch, zodat hij namens Mozes daar de boel een beetje in de gaten kon houden. Maar de indruk die de tekst mij geeft, is dat Jozua net zo verliefd op Jahweh was geworden als Mozes. Vergeet niet dat hij er telkens bij was geweest toen Mozes de berg opging. Ook hij wilde daarom meer en meer van Gods aanwezigheid in zijn leven. In het vervolg van zijn leven, zien we welke groei en impact die regelmatige intieme omgang met Jahweh ook op Jozua heeft gehad!

Regelmatig en rustig God ontmoeten is niet saai en enkel voor oudjes zoals ik, die schijnbaar niets beters of belangrijkers te doen hebben… Het is dynamisch. Het verleent kracht. Er komt groei uit voort. Het is de meest waardevolle investering die een mens kan doen!

Praktische vragen en suggesties

  1. Spiegel jouw omgang met God eens aan de situatie rond de ontmoetingstent waar dit hoofdstuk over gaat.

  2. Ervaar je jouw momenten van gebed ook als het ‘zoeken van Gods aangezicht’?
    Zo ja, wat zijn voor jou dan de redenen voor dat zoeken?

  3. Misschien heb je de vorige vragen als een herhaling van eerdere vragen in dit boek ervaren. Sta dan eens stil bij de snelle groei in de relatie met God zoals we die bij Mozes en Jozua zien. In hoeverre is jouw relatie met God veranderd sinds je dit boek begon te lezen?
    Neem je er rustig de tijd voor zodat het ook echt impact kan hebben op je leven?
    Is er sprake van groei?

  4. Het ziet ernaar uit dat het gros van de Israëlieten hun verering van Jahweh beperkten tot respectvol neerbuigen bij de ingang van hun eigen tent, telkens als Mozes aan het bidden was. Kun je dat vergelijken met de huidige verering van God binnen jouw kerk? Hoe pas jij daarin?

  5. Mozes leerde de omgang met God, doordat God hem wel op een heel bijzondere manier benaderde. In het geval van Jozua mogen we veronderstellen dat hij de omgang met God leerde door naar Mozes te kijken. Misschien mogen we zeggen dat Jozua verliefd raakte op God omdat hij hetzelfde wilde als wat hij bij Mozes zag gebeuren.
    Hoe heb jij leren bidden?
    Is er expliciet en structureel aandacht voor het leren bidden in jouw kerk?

  6. Mozes creëerde nadrukkelijk een platform zodat mensen God konden ontmoeten.
    Wat zou volgens jou een goede hedendaagse manier kunnen zijn om dit praktisch te vertalen binnen de kerk?
    Zie je kans om daar met anderen over te praten?
    Zie je kans om, liefst met anderen, praktische initiatieven te nemen in die richting?

  7. Stel je eens de situatie voor van iemand die pas tot geloof komt in jouw kerk. Welke voorbeelden van gebed en intieme ontmoeting met God zal die persoon logischerwijs meemaken?
    Hoe zien die gebedsvoorbeelden er in doorsnee uit? Zal het een verlangen opwekken om hetzelfde te willen hebben zoals in het geval van Jozua?

  8. Zijn er situaties waarbij jij anderen door jouw voorbeeld kunt inspireren om intiemer met God om te willen gaan?
    Is jouw persoonlijke gebedsleven inspirerend voor anderen?

  9. Wat is volgens jou de reden dat God zo weinig toeschietelijk is om het volk te vergeven en weer volop zelf met hen op te trekken?
    Kun je dat vertalen en toepassen op je dagelijkse leven?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.